Begrijpend lezen Sinterklaas – groep 6

Sinterklaas groep 6

Lees eerst het verhaal rustig door. Daarna beantwoord je een vraag over het verhaal. Weet je het antwoord niet zeker?
Lees het verhaal dan nog een keer. Succes!

✓ 0 ✗ 0
Het mysterieuze pakje Timo loopt na school naar zijn tafel in de klas en ziet een klein pakje liggen. Er zit geen kaartje bij. Alleen een rood lint eromheen. Hij pakt het op en leest een kort briefje dat eraan vastzit: ‘Open mij vanmiddag bij de gymzaal.’ ‘Van wie zou dit zijn?’ zegt Timo. Hij kijkt om zich heen, maar alle kinderen zijn druk met hun eigen spullen. Niemand kijkt naar hem. Timo stopt het pakje in zijn tas. Is het een Sinterklaasverrassing? Of probeert iemand hem voor de gek te houden? Hij twijfelt. Moet hij naar de gymzaal gaan of het pakje thuis openmaken?
Lees de dikgedrukte zin. Wat doet Timo hier?
Pepernoten bakken Op school is vandaag een bakmiddag. De kinderen mogen zelf pepernoten maken. Ze beginnen met het mengen van bloem, suiker, boter en speculaaskruiden in een grote kom. Het mengsel wordt stevig gekneed tot een soepel deeg. Vervolgens rollen de kinderen kleine bolletjes van het deeg. De bolletjes worden op een bakplaat gelegd met genoeg ruimte ertussen. De juf schuift de bakplaat in de oven, waar de pepernoten langzaam bruin worden. Als ze klaar zijn, moeten ze afkoelen voordat iedereen mag proeven. De hele klas vindt dat pepernoten bakken één van de leukste activiteiten van het jaar is.
Lees het dikgedrukte woord. Wat is een ander woord voor vervolgens?
Piet keek naar zijn vrienden die over de daken renden. Wat gingen ze snel en lichtvoetig! Hij keek naar de klimpieten die zonder moeite omhoog klommen. Wat waren ze sterk en handig! En hij? Hij sjokte achteraan met zijn zak vol pakjes. ‘Ik ben zo (1)!’ zuchtte hij. ‘Iedereen is sneller dan ik. Ik ben altijd als laatste bij de schoorsteen.’
Wat past het best op plaats (1)?
De schoorsteenfout Tijdens het oefenen in de pietenschool zat Pietje Sam op een krukje zijn pakjeslijst te controleren. Hij wilde alles perfect doen voor het grote Sinterklaasfeest. Zijn vriend Piet Bram was ondertussen druk bezig met het testen van nieuwe strooitechnieken. Hij zwaaide een grote hand vol pepernoten door de lucht. Maar toen ging het mis: Bram stootte per ongeluk een pot inkt om… precies over Sam zijn pakjeslijst! ‘Bram! Wat doe je nou?!’ riep Sam. Hij kookte van woede. Bram schrok en keek naar de zwarte vlekken over het papier. ‘Sorry, Sam… ik wilde alleen laten zien hoe ver ik kan strooien.’ Sam haalde diep adem. Het was een ongelukje, maar nu moest hij weer helemaal opnieuw beginnen.
Lees de dikgedrukte zin. Wat betekent: Sam kookte van woede?
Suprises maken In de klas van Sara wordt druk gewerkt aan surprises. Overal liggen gekleurde papieren, glitters en lijm. Sara maakt een kleine kartonnen schoorsteen waar een cadeautje in verstopt zit. Wanneer ze klaar is, strooit ze er nog wat nepsneeuw overheen. Dit zorgt ervoor dat de surprise er echt uitziet. Wat is ze trots op haar suprise!
Lees het dikgedrukte woord. Waar verwijst dit naar?
Timo stond tussen alle kinderen op het plein te wachten op Sinterklaas. Iedereen zwaaide met vlaggetjes en riep zo hard als hij kon. De pieten strooiden pepernoten in het rond, en Sinterklaas knikte vriendelijk naar de kinderen vooraan. Maar Timo? Hij stond achteraan, bijna tegen de muur. ‘Ik voel me zo (1),’ dacht hij. ‘Sinterklaas kijkt overal, maar niet naar mij. Het lijkt wel alsof hij me helemaal niet ziet.’
Wat past het best op plaats (1)?
Vandaag spreken we Luca, een leerling uit groep 6: ‘Ik hou heel erg van het Sinterklaasfeest. Het leukste vind ik het maken van surprises, omdat ik dan mijn creativiteit kan gebruiken. Mijn surprises maak ik meestal van karton, papier en verf. Soms gebruik ik ook glitters, maar dat maakt wel veel rommel. Ik werk bijna elke middag aan mijn surprise, zodat hij op tijd klaar is. Het liefst maak ik grappige surprises, zoals een schoen die openklapt of een neppe zak met speelgoed erin. Mijn vrienden vinden het altijd leuk als ik iets origineels bedenk. Ik denk dat iedereen een leuke surprise kan maken, als je maar goede ideeën hebt. Surprises maken maakt me blij en laat me even alles vergeten.’
In welke zin staat een mening?
Alles regelen voor het bezoek Vandaag is het zover: Sinterklaas komt op bezoek bij de school van Timo. Het heeft heel wat moeite gekost om dát voor elkaar te krijgen. De juf zegt dat er wekenlang van alles geregeld moest worden om zijn komst mogelijk te maken.
Waar zal de volgende alinea over gaan?
De mislukte surprise In de klas ligt overal papier en lijm. De kinderen maken hun surprises. Daan maakt een auto van dozen. 'Kijk, hij lijkt echt!' zegt hij trots. Maar als hij hem wil optillen, scheurt de bodem open. 'Nee!' roept Daan. De auto valt uit elkaar. De juf komt kijken. 'Dat is balen,' zegt ze. Daan zucht. 'Ik heb er zo lang aan gewerkt.' De juf glimlacht. 'Je kunt hem nog redden. Gebruik wat extra tape en karton.' Samen maken ze de auto weer stevig. Aan het eind van de dag lacht Daan. 'Hij is nog mooier dan eerst!' zegt hij blij.
Wat leert Daan van zijn mislukte surprise?
Stel je voor dat je op zolder een oude staf vindt die ineens begint te gloeien zodra je hem aanraakt. Zo begint het nieuwe boek ‘Het geheim van de verdwenen staf’. In het verhaal ontdekt Timo dat Sinterklaas zijn staf kwijt is geraakt en dat alleen hij hem kan terugvinden. Samen met een vrolijke Piet volgt Timo spannende aanwijzingen door de stad. Maar iemand anders zit ook achter de staf aan… Wil je weten of Timo het mysterie oplost? Dan moet je dit boek echt lezen. Het is superspannend. Lees het snel en duik in een echt sinterklaasavontuur!
Wat is het hoofddoel van deze tekst?
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Advertentie

Waarom is begrijpend lezen belangrijk voor kinderen uit groep 6?

Op deze pagina kunnen kinderen uit groep 6 gericht oefenen met begrijpend lezen rond het thema Sinterklaas. De teksten zijn net iets langer en complexer dan in groep 5 en sluiten aan bij de leeftijd en belevingswereld van kinderen in de bovenbouw. In de oefeningen voor groep 6 ligt de nadruk meer op het dieper begrijpen van wat er staat. Kinderen moeten niet alleen begrijpen wát er gebeurt, maar ook waarom iets gebeurt, wat iemand voelt of denkt en wat de schrijver precies wil laten zien. Voor ouders en leerkrachten biedt deze pagina kant-en-klare teksten en vragen die passen bij veel voorkomende vraagvormen in toetsen: vragen over hoofdgedachte, tekstsoort, gevolg–oorzaak, woordbetekenis, verwijzingen ('hij', 'die') en het trekken van eenvoudige conclusies. De opdrachten zijn goed te gebruiken als extra oefenmateriaal, als start van een les, als verwerking tijdens een Sinterklaasproject of als huiswerk voor kinderen die behoefte hebben aan extra herhaling. Naast de digitale oefeningen kunnen werkbladen of schriftelijke verwerkingen worden ingezet, zodat kinderen aantekeningen kunnen maken, kernwoorden kunnen onderstrepen en zelf samenvattingen kunnen formuleren.

Begrijpend lezen Sinterklaas groep 6

Kies jouw groep en start met het oefenen van begrijpend lezen