Begrijpend lezen oefenen – groep 4

Groep 4

Lees eerst het verhaal rustig door. Daarna beantwoord je een vraag over het verhaal. Weet je het antwoord niet zeker?
Lees het verhaal dan nog een keer. Succes!

✓ 0 ✗ 0
Tom gaat naar de tuin. Daar ligt zijn bal. Hij pakt de bal op en begint te spelen. Hij gooit de bal hoog in de lucht. De bal valt in het gras. Tom lacht en pakt hem weer.
Lees het dikgedrukte woord. Wie of wat wordt bedoeld met daar?
In de bibliotheek Jesse gaat met zijn moeder naar de bibliotheek. Hij zoekt boeken over dieren en auto's. Zijn moeder leest een tijdschrift aan een tafel. Jesse vindt een leuk boek over leeuwen. Hij leent drie boeken en stopt ze in zijn tas. Bij de balie krijgt hij een stempel van de mevrouw. Thuis leest Jesse meteen in zijn nieuwe boeken.
Welke zin is niet waar?
Vandaag had ik een schoolreis naar het museum. We gingen naar de kamer met grote botten van dieren. Ik zag het skelet van een grote dino. Het was zo groot dat het bijna de hele kamer vulde! We leerden over de dieren die heel lang geleden leefden. Daarna gingen we naar een andere kamer waar veel schilderijen hingen. Ik vond een schilderij van een boerderij heel mooi. Na de rondleiding aten we een boterham in de tuin van het museum. Het was een leuke dag.
Wat zagen we in het museum?
Letters leren lezen Mark en Jan zitten samen in de klas. Ze leren vandaag nieuwe letters lezen. De juf schrijft de letters op het bord. Mark roept de letters hardop en Jan leest mee. Daarna pakken ze hun boeken om woorden te oefenen. Mark wijst een woord aan en Jan leest het langzaam. Soms maken ze een fout, maar de juf helpt hen. Na het oefenen mogen ze een verhaaltje lezen. Mark leest het eerste stukje en Jan leest het volgende. Ze zijn trots dat ze steeds beter kunnen lezen. Aan het eind van de les krijgen ze een sticker van de juf.
Welke zin is niet waar?
Anna heeft een klein konijntje. Het konijntje heet Fluf en heeft een zachte, witte vacht. Elke dag geeft Anna Fluf verse wortels en sla. Fluf woont in een hok in de tuin. Soms mag Fluf in de woonkamer spelen, maar dan houdt Anna hem goed in de gaten. Ze vindt het leuk om met Fluf te spelen en hem te aaien.
Waar woont Fluf meestal?
Emma liep langs de rivier toen ze een meisje zag dat haar pop had laten vallen en niet durfde te pakken. Emma liep naar het meisje toe en pakte de pop voor haar op. Het meisje was heel blij en bedankte Emma met een lach.
Waarom pakte Emma de pop op?
In de zomer spelen veel kinderen buiten. Ze gaan naar het park, fietsen rond of spelen in de tuin. Soms maken ze een modderpoel waar ze in kunnen springen. Het is belangrijk om veel water te drinken, zodat je niet uitdroogt tijdens het spelen in de warme zon.
Wat betekent het woord uitdrogen in deze tekst?
Sofie speelt buiten De zon schijnt fel en het is heet. Sofie krijgt dorst. Ze loopt naar binnen en pakt een glas (1). Koud en fris! Daarna gaat ze weer naar buiten om verder te spelen.
Wat past het best op plaats (1)?
Roos en het museum Roos gaat met haar klas naar het museum. Ze had gedacht dat het spannend zou zijn. Maar de schilderijen hangen stil aan de muur en er gebeurt niets. De gids praat lang over oude spullen. Roos kijkt op haar horloge en gaapt. Het lijkt wel alsof de tijd stil staat. Na een tijdje loopt de klas verder naar de volgende zaal. Roos vindt het (1) om in het museum te zijn.
Wat past het best op plaats (1)?
Schoenen voor je voeten Schoenen beschermen je voeten tegen scherpe dingen op de grond. Ze zorgen ook dat je voeten niet nat worden als het regent. Als het warm is, kun je sandalen dragen. In de kou draag je warme laarzen. Schoenen zijn niet alleen handig. Ze zijn ook mooi. Er zijn zoveel kleuren en vormen. Je kunt kiezen wat je leuk vindt. Sommige mensen hebben schoenen die blinken of met een leuke print.
Lees het dikgedrukte stukje. Welk woord past het best bij dit stukje?
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Advertentie

Waarom is begrijpend lezen belangrijk voor kinderen uit groep 4?

Begrijpend lezen is in groep 4 een belangrijke vaardigheid voor alle schoolvakken. Kinderen leren niet alleen woorden lezen, maar ook informatie uit teksten halen om nieuwe dingen te begrijpen. Veel oefenen maakt hen zelfverzekerder en zorgt ervoor dat ze lezen steeds leuker gaan vinden. Kinderen die goed begrijpend kunnen lezen, hebben daar ook bij andere vakken profijt van. Bij rekenen bijvoorbeeld moeten ze verhaaltjessommen eerst goed lezen en begrijpen voordat ze kunnen rekenen. Ook de tafels komen in groep 4 aan bod. Kinderen beginnen met de tafels die een herkenbaar patroon hebben: de tafel van 1, de tafel van 2, de tafel van 5 en de tafel van 10. Daarna volgen de tafel van 3 en de tafel van 4. Op MijnTafeldiploma kunnen ze elke tafel apart oefenen. Met het tafeldiploma brons laten kinderen zien dat ze de basis beheersen. Wie klaar is voor meer, kan ook het tafeldiploma zilver of tafeldiploma goud proberen.

Begrijpend lezen groep 4

Kies jouw groep en start met oefenen