Begrijpend lezen oefenen – groep 4

Groep 4

Lees eerst het verhaal rustig door. Daarna beantwoord je een vraag over het verhaal. Weet je het antwoord niet zeker?
Lees het verhaal dan nog een keer. Succes!

✓ 0 ✗ 0
Waarom moet je water drinken? Je lichaam heeft water nodig. Zonder water krijg je dorst. Water helpt je goed voelen. Het geeft je energie. Je kunt beter nadenken. Water is ook goed voor je huid. Het houdt je lichaam koel. Je verliest water als je zweet. Drink dus genoeg op een warme dag. Ook na het sporten. Drink liever water dan frisdrank. Zo blijf je gezond!
Waarom is water drinken belangrijk?
Hoe krijg je griep? Griep krijg je door een virus. Dat virus komt in je lichaam en maakt je ziek. Griep is heel besmettelijk. Je krijgt het dus van iemand die ziek is. Iemand met griep hoest of niest. Het virus hangt dan in de lucht. Je ademt het virus in met je mond of met je neus. En zo komt het virus in je lijf. En dan kun je ook griep krijgen. Hebben veel mensen om je heen griep? Dan is het moeilijk om niet ziek te worden. Kom niet dichtbij iemand die ziek is. Was vaak je handen. En moet je zelf niezen of hoesten? Doe dat dan in je elleboog.
Waarom is het moeilijk om niet ziek te worden als veel mensen om je heen griep hebben?
Kralen rijgen in de klas Mila gaat kralen rijgen in de klas. Ze kiest blauwe, rode en gele kralen. Ze rijgt de kralen op een lang touw. Haar vriend Sam maakt ook een mooie ketting. Mila telt de kralen terwijl ze rijgt. De juf komt kijken en zegt dat het er mooi uitziet. Sam laat trots zijn ketting zien aan de juf. Na het rijgen knopen ze de touwtjes vast. Mila doet haar ketting om haar nek. Sam geeft zijn ketting aan zijn moeder.
Welke zin is niet waar?
Roos en het museum Roos gaat met haar klas naar het museum. Ze had gedacht dat het spannend zou zijn. Maar de schilderijen hangen stil aan de muur en er gebeurt niets. De gids praat lang over oude spullen. Roos kijkt op haar horloge en gaapt. Het lijkt wel alsof de tijd stil staat. Na een tijdje loopt de klas verder naar de volgende zaal. Roos vindt het (1) om in het museum te zijn.
Wat past het best op plaats (1)?
Nina en Bas zitten aan het water. Ze zien eendjes. Nina heeft brood en gooit wat stukjes naar de eendjes. Een eend komt heel dichtbij en pikt naar het brood in Nina's hand. Ze trekt snel haar hand terug en kijkt naar Bas.
Hoe voelt Nina zich als de eend dichtbij komt?
Kijk uit het raam. Kun je vertellen wat voor weer het vandaag is? De zon is warm. De zon schijnt fel. We kunnen lekker buiten spelen. De wind voelt fris aan. De wind laat bladeren vallen. We kunnen vliegeren in de wind. De sneeuw is koud. De sneeuw maakt alles wit. We kunnen sleeΓ«n in de sneeuw. De regen is nat. De regen helpt planten groeien. We kunnen luisteren naar de regen. Wat is jouw favoriete weer?
Waar gaat de tekst vooral over?
Vliegers in de wind Vliegeren is een leuk spel voor buiten. Je hebt een vlieger en een touw nodig. Als het hard waait, kan de vlieger hoog in de lucht vliegen. Je moet het touw goed vasthouden. Anders vliegt de vlieger weg. Dat gebeurt soms als er veel wind is. Vliegers hebben vaak mooie kleuren en vormen. Sommige lijken op vogels of draken. Kinderen en volwassenen vinden vliegeren leuk. Het is een oude traditie in sommige landen. Daar worden grote vliegers gemaakt voor feestdagen. Heb jij weleens een vlieger hoog zien vliegen?
Lees het dikgedrukte woord. Wie of wat wordt bedoeld met dat?
Jan en Mieke zijn in de speeltuin. Ze klimmen op het klimrek. Mieke klimt snel naar boven. Jan probeert haar te volgen, maar halverwege stopt hij. Zijn benen trillen en hij kijkt naar beneden. Mieke roept hem van bovenaf en strekt haar hand uit. Jan haalt diep adem en probeert weer te klimmen.
Hoe denk je dat Jan zich op het klimrek voelt?
Afscheid nemen Lina gaat voor het eerst naar school. Haar mama loopt met haar mee naar de klas. In de klas hangen kleurige tekeningen aan de muur. Lina kijkt rond en ziet andere kinderen spelen. Mama geeft Lina een knuffel en zegt dat ze haar straks ophaalt. Lina voelt zich een beetje verdrietig en houdt mama's hand vast. De juf komt erbij en zegt dat Lina mee mag spelen. Voorzichtig laat Lina mama's hand los. Mama zwaait en loopt de klas uit. Lina begint te lachen als ze met de blokken speelt. Aan het eind van de dag rent Lina blij naar mama toe.
Welke zin is niet waar?
Jasper gaat met zijn moeder naar de dierenarts. Hun hond Boef moet een prik krijgen. Jasper (1) met Boef aan de riem. Als ze binnenkomen, melden ze zich bij de balie. Daarna gaan ze in de wachtkamer zitten. Even later roept de dierenarts hen binnen.
Wat past het best op plaats (1)?
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Advertentie

Waarom is begrijpend lezen belangrijk voor kinderen uit groep 4?

Begrijpend lezen is in groep 4 een belangrijke vaardigheid voor alle schoolvakken. Kinderen leren niet alleen woorden lezen, maar ook informatie uit teksten halen om nieuwe dingen te begrijpen. Veel oefenen maakt hen zelfverzekerder en zorgt ervoor dat ze lezen steeds leuker gaan vinden. Kinderen die goed begrijpend kunnen lezen, hebben daar ook bij andere vakken profijt van. Bij rekenen bijvoorbeeld moeten ze verhaaltjessommen eerst goed lezen en begrijpen voordat ze kunnen rekenen. Ook de tafels komen in groep 4 aan bod. Kinderen beginnen met de tafels die een herkenbaar patroon hebben: de tafel van 1, de tafel van 2, de tafel van 5 en de tafel van 10. Daarna volgen de tafel van 3 en de tafel van 4. Op MijnTafeldiploma kunnen ze elke tafel apart oefenen. Met het tafeldiploma brons laten kinderen zien dat ze de basis beheersen. Wie klaar is voor meer, kan ook het tafeldiploma zilver of tafeldiploma goud proberen.

Begrijpend lezen groep 4

Kies jouw groep en start met oefenen