Begrijpend lezen oefenen – groep 4

Groep 4

Lees eerst het verhaal rustig door. Daarna beantwoord je een vraag over het verhaal. Weet je het antwoord niet zeker?
Lees het verhaal dan nog een keer. Succes!

✓ 0 ✗ 0
Luuk gaat naar de dierentuin met zijn familie. Ze wandelen langs de kooien en bewonderen alle dieren. In een van de kooien zit een (1). Het heeft strepen op zijn vacht en beweegt sierlijk. Luuk en zijn familie kijken vol verwondering naar het dier.
Wat past het best op plaats (1)?
Jessie gaat met zijn moeder naar het postkantoor. Ze moeten een pakketje ophalen. In de wachtruimte staan stoelen en een paar tafels. Jessie (1) een tekening op een blaadje terwijl ze wachten. Even later zijn ze aan de beurt en lopen ze naar de balie.
Wat past het best op plaats (1)?
Loes gaat naar het park met haar vrienden. Ze zoeken een plekje op het gras en spreiden een kleed uit. Plotseling komt er een (1) aanvliegen. Het heeft kleurrijke veren en begint te zingen. Loes en haar vrienden kijken vol bewondering naar de vogel tot hij wegvliegt.
Wat past het best op plaats (1)?
Lisa loopt naar de kast. Daar hangt haar jas. Ze pakt de jas en trekt hem aan. Het waait hard buiten, maar Lisa wil toch naar de speeltuin. Ze doet haar sjaal om en gaat op weg.
Lees het dikgedrukte woord. Wie of wat wordt bedoeld met daar?
Lars heeft twaalf knikkers in zijn zak. Op het schoolplein wil hij ermee spelen. Hij geeft een paar knikkers aan zijn vriend Tim. Daarna verliest hij wat knikkers tijdens het spel. Lars zoekt goed, maar vindt niet alles terug. Hij stopt de knikkers weer in zijn zak. Thuis telt hij ze nog eens goed na. Hij mist er een paar, maar is toch blij.
Hoeveel knikkers heeft Lars aan het begin van het verhaal?
knikkers
Een koekje is lekker. Koekjes zijn vaak zoet en krokant. Mensen eten het bij koffie of thee. Veel kinderen vinden koekjes heel lekker. Soms zitten er stukjes chocolade in. Mensen bewaren koekjes in een trommel. Als je veel koekjes eet, word je misschien dik. Daarom eet je er meestal ÊÊn of twee. Je koopt ze in de winkel. Ze zijn er in veel soorten en smaken.`
Lees het dikgedrukte woord. Wie of wat wordt bedoeld met het?
Tom is aan het tekenen. Zijn grote zus komt langs en pakt zijn tekening af. Ze begint erop te krabbelen met een andere kleur. Tom kijkt naar zijn verprutste tekening. Hij voelt tranen in zijn ogen en stampt met zijn voet. Hij wil zijn tekening terug, maar die is al kapot.
Hoe denk je dat Tom zich voelt?
In de stad zijn er veel winkels en restaurants. Mensen gaan daar naartoe om boodschappen te doen of om gezellig iets te eten. Er zijn ook bioscopen waar je films kunt zien en parken waar je kunt wandelen. De straten zijn vaak druk met auto's en fietsers. In de avond zijn er veel lichten in de stad en het ziet er altijd levendig uit.
Wat betekent levendig in deze tekst?
Sanne en haar broer Thomas gingen naar het strand. Ze namen hun emmers en schepjes mee. Sanne bouwde een groot zandkasteel terwijl Thomas in de zee zwom. Toen het tijd was om naar huis te gaan, pakten ze hun spullen in en gingen terug.
Lees het dikgedrukte woord. Wie of wat wordt bedoeld met ze?
Door te oefenen, kun je beter in iets worden. Wil je heel goed gitaar spelen? Dan moet je veel op een gitaar oefenen. Wil je goed kunnen koken? Dan moet je veel koken. Wil je een ster in lezen worden? Dan moet je veel oefenen met lezen. Dus, blijf hard werken en geef nooit op!
Wat moet iemand volgens de tekst doen om een goede tekenaar te worden?
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Advertentie

Waarom is begrijpend lezen belangrijk voor kinderen uit groep 4?

Begrijpend lezen is in groep 4 een belangrijke vaardigheid voor alle schoolvakken. Kinderen leren niet alleen woorden lezen, maar ook informatie uit teksten halen om nieuwe dingen te begrijpen. Veel oefenen maakt hen zelfverzekerder en zorgt ervoor dat ze lezen steeds leuker gaan vinden. Kinderen die goed begrijpend kunnen lezen, hebben daar ook bij andere vakken profijt van. Bij rekenen bijvoorbeeld moeten ze verhaaltjessommen eerst goed lezen en begrijpen voordat ze kunnen rekenen. Ook de tafels komen in groep 4 aan bod. Kinderen beginnen met de tafels die een herkenbaar patroon hebben: de tafel van 1, de tafel van 2, de tafel van 5 en de tafel van 10. Daarna volgen de tafel van 3 en de tafel van 4. Op MijnTafeldiploma kunnen ze elke tafel apart oefenen. Met het tafeldiploma brons laten kinderen zien dat ze de basis beheersen. Wie klaar is voor meer, kan ook het tafeldiploma zilver of tafeldiploma goud proberen.

Begrijpend lezen groep 4

Kies jouw groep en start met oefenen