Begrijpend lezen groep 6 – thema winter

Begrijpend lezen groep thema winter

Winter groep 6

In de winter waait het in Nederland vaak harder. Dat komt doordat er meer buien en stormen zijn. Windmolens gebruiken die wind om elektriciteit te maken. De wieken draaien en zetten een generator in beweging. Als het harder waait, kan er meer stroom worden gemaakt. Toch stoppen windmolens soms even bij heel zware storm. Dan blijven ze heel en veilig. Veel mensen merken niet waar hun stroom vandaan komt. Een deel kan dus uit windenergie komen. Zo helpt de (1) om stroom te maken in de winter.

 


 

Wat past het best op plaats (1)?

 

In de winter kan het ’s ochtends glad zijn op de stoep. Dat gebeurt omdat regenwater ’s nachts bevriest. Vooral bruggen en schaduwplekken zijn extra gevaarlijk. Je ziet het ijs niet altijd, want het kan doorzichtig zijn. Daarom glijden mensen soms uit zonder het te merken. Een kleine val kan al pijn doen, zeker als je hard neerkomt.

Je kunt beter rustig lopen en kleinere stappen zetten. Schoenen met grof profiel helpen ook. Sommige mensen strooien zand of zout voor hun deur. Zo krijgen schoenen meer grip op de stoep. Als je haast hebt, is de kans groter dat je uitglijdt. Daarom is het slim om iets eerder te vertrekken.

 


 

Lees het dikgedrukte woord. Wie of wat wordt bedoeld met dat?

 

Ingrediënten:
- 40 gram havermout
- 200 ml melk of water
- 1 appel
- 1 theelepel kaneel

Bereidingswijze:
Was de appel en snijd hem in kleine stukjes. Doe de melk of het water in een pannetje en zet het vuur aan. Voeg de havermout toe en roer goed. Laat het 3 tot 4 minuten zacht koken tot het dikker wordt. Doe de appelstukjes erbij en laat nog 2 minuten koken. Strooi kaneel erover en roer opnieuw. Zet het vuur uit en laat het even afkoelen.

 


 

Wat voor soort tekst is dit?

 

BOSVELD – Door de vorst hebben dieren het lastiger om eten te vinden. In het bos bij Bosveld zijn daarom extra plekken gemaakt met voedsel voor vogels. Een boswachter vertelt dat vogels in koude weken veel energie kwijt zijn om warm te blijven.

De boswachter geeft ook tips: voer vogels met zaden of vetbollen en zorg dat er schoon water is dat niet bevroren is. Brood is niet de beste keuze, omdat het niet genoeg voedingsstoffen heeft. Inwoners die een zwak dier vinden, wordt gevraagd eerst advies te vragen aan de dierenopvang. Zo wordt voorkomen dat dieren onnodig gestoord worden.

 


 

Wat voor soort tekst is dit?

 

Ruiten krabben

In de winter zit er vaak rijp op autoruiten. Warm water lijkt handig, maar kan glas beschadigen en weer bevriezen. Met een krabber lukt het meestal wel, maar dat kost tijd. Er zijn manieren om sneller te starten met goed zicht. Handig is om te weten welke voorbereiding het meest helpt…

 


 

Deze tekst is niet af. Waar zal de rest van de tekst over gaan?

 

Schaatsles op de ijsbaan

Op de ijsbaan klonk muziek en Mara had voor het eerst schaatsles. Ze vond het spannend om het ijs op te stappen, omdat ze bang was om te vallen. De instructeur zei dat ze haar knieën moest buigen en haar armen iets moest spreiden. Mara hield eerst de rand vast, alsof die haar kon redden. Ze zette één schaats vooruit en schoof de andere erachteraan. Na een paar minuten liet ze de rand los en maakte ze kleine boogjes. Ze wiebelde, maar bleef overeind door langzaam te blijven bewegen. Toen zei de instructeur dat stoppen net zo belangrijk is als vooruitgaan. Mara oefende het remmen en voelde zich ineens zekerder. Aan het eind durfde ze een heel rondje zonder hulp. Ze had koude vingers, maar een warme glimlach. ‘Volgende week weer,’ zei ze meteen.

 


 

Hoe verandert Mara’s gevoel in de tekst het meest?

 

Sneeuwkanonnen

In sommige winters valt er weinig sneeuw. Toch willen skigebieden graag witte pistes. Daarom gebruiken ze soms sneeuwkanonnen. Een sneeuwkanon spuit water en lucht tegelijk de kou in. Door de sterke wind uit het kanon worden de druppels heel klein. Als het koud genoeg is, bevriezen die druppeltjes in de lucht. Dan vallen er korrels sneeuw op de grond. Kunstsneeuw voelt vaak harder aan dan verse sneeuw. Dat komt doordat de korrels klein en stevig zijn. Voor goede kunstsneeuw moet het meestal onder nul zijn. Ook is droge lucht handig, want dan vriest het sneller. Sneeuwkanonnen gebruiken veel water. Daarom hebben skigebieden vaak een grote vijver om water op te slaan. Met kunstsneeuw kan een seizoen doorgaan, maar het kost energie.

 


 

Welk verschil tussen kunstsneeuw en verse sneeuw staat in de tekst?

 

Rijp op ramen

In koude nachten zie je soms witte stukjes op ramen. Dat heet rijp. Rijp lijkt op een dun laagje sneeuw, maar het ontstaat anders. In de lucht zit altijd wat waterdamp. Als een raam heel koud wordt, raakt die waterdamp het glas. De waterdamp verandert dan direct in kleine ijskristallen. Daarom zie je soms mooie patronen op het raam. Als de zon op het raam schijnt, smelt de rijp weer. In de ochtend moet je soms de autoruit krabben. Dat doe je met een krabber van plastic. Warm water gieten is niet slim. Door het verschil in temperatuur kan het glas barsten. Een deken over de ruit leggen kan rijp verminderen. Dan blijft het glas minder koud.

 


 

Je hebt ’s ochtends rijp op de autoruit. Wat kun je volgens de tekst het best doen?

 

Trekvogels in een V

In de winter zie je soms groepen ganzen over het land vliegen. Veel ganzen zijn trekvogels. Ze gaan naar een plek waar het warmer is en waar meer eten ligt. Soms vliegen ze duizenden kilometers. Ganzen vliegen vaak in een V-vorm. De vogel vooraan duwt de lucht opzij. Daarachter is de lucht iets rustiger. De volgende vogels gebruiken die rustiger lucht. Zo kost vliegen minder energie. De voorste vogel wordt wel sneller moe. Daarom wisselen de ganzen regelmatig van plek. Onderweg roepen ze naar elkaar om contact te houden. In het voorjaar komen veel ganzen weer terug. Dan bouwen ze weer nesten en krijgen jongen.

 


 

Waarom vliegen ganzen vaak in een V-vorm?

 

Wintervacht en kleur

Veel dieren krijgen een dikke vacht in de winter. Die vacht houdt lucht vast tussen de haren. Lucht werkt als een warme deken. Een vos krijgt meer onderwol dan in de zomer. Een ree krijgt ook langere haren. Sommige dieren veranderen zelfs van kleur. De sneeuwhaas wordt in de winter bijna wit. Daardoor valt hij minder op in de sneeuw. In de lente wordt zijn vacht weer bruin. Vogels hebben geen vacht, maar veren. Zij zetten hun veren soms op zodat er een luchtlaagje onder komt. Veel dieren zoeken ook beschutting in struiken of een hol. Ze bewegen in koude tijden vaak minder om energie te sparen. Toch moeten ze blijven eten en drinken.

 


 

Welk dier uit de tekst wordt in de winter bijna wit?

 

Begrijpend lezen groep 6 thema winter

Oefenen met begrijpend lezen voor groep 6 thema winter

Op deze webpagina kunnen kinderen uit groep 6 gratis oefenen met begrijpend lezen groep 6 thema winter. Veel kinderen vinden teksten met thema winter leuk, omdat ze het herkennen van buiten: sneeuw, gladde stoepen, ijs en dieren die zich aanpassen aan de kou. De teksten zijn niet allemaal hetzelfde, maar je komt verschillende soorten tegen. Denk aan korte verhalen, informatieve teksten en recepten. Bij elke tekst hoort één vraag. Die vraag kan gaan over het onderwerp, een belangrijk detail, de betekenis van een lastig woord of een verband in de tekst. Het belangrijkste blijft (samen) lezen. Als kinderen vaak lezen en er samen over praten, leren ze teksten echt beter begrijpen. Deze website is bedoeld als extra oefening naast het lezen thuis en op school. De opdrachten kunnen helpen bij herhalen of voorbereiden op toetsen, maar ze vervangen geen boeken en verhalen. Liever op papier oefenen? Klik hier voor gratis werkbladen voor groep 7. Altijd op de hoogte blijven van ontwikkelingen en nieuw lesmateriaal? Volg dan onze Facebookpagina.

Rekenspelletjes groep

Sommen en kleuren

Allerlei sommen

Rekenspelletjes penalty schieten

Penalty schieten

Keersommen

Rekenspelletjes groep

Reken eend

Sommen tot 20

Nummer springen rekenspelletje

Nummer springen

Handig rekenen

Snake spel rekenspelletje

Snake spel

Keersommen

Super reken aap rekenspelletje

Super reken aap

Keersommen

Keervisje rekenspelletje

Keervisje

Keersommen

Tafel karten rekenspelletje

Tafel karten

Keersommen

Water en vuur spel

Water en vuur spel

Keersommen

Sommen schieten rekenspelletje

Sommen schieten

Allerlei sommen

Rekenspelletjes snake vs block

Snake vs block

Getallenlijn tot 100

Rekenspelletjes pincode hacken

Pincode hacken

Rekenraadsel

Rekenspelletjes groep

Tafels bowlen

Keersommen

Rekenspelletjes math vs bat

Math vs bat

Allerlei sommen

Blocky tafels rekenspelletje

Blocky tafels

Keersommen

Rekenspelletjes 2048 spelletje

2048

Verdubbelen

Rekenspelletjes basketbal rekenen

Basketbal rekenen

Allerlei sommen

Rekenavontuur rekenspelletje

Rekenavontuur

Allerlei sommen

Rekenspelletjes formule 1

Reken race

Keersommen

Rekenspelletjes ruimterace

Ruimterace

Keersommen

Rekenspelletjes race spelletje

Race spelletje

Deelsommen

Rekenspelletjes even of oneven

Even of oneven

Getallenlijn tot 100

Rekenspelletjes eilandentocht

Eilandentocht

Sommen tot 20

Rekenspelletjes rekenhelden

Rekenhelden

Sommen tot 20

Rekenspelletjes waterscooterrace

Waterscooterrace

Sommen tot 20

Rekenspelletjes pinguïnsprong

Pinguïnsprong

Keersommen

Rekenspelletjes zwemwedstrijd

Zwemwedstrijd

Keersommen

Rekenspelletjes trekkertrek

Trekkertrek

Keersommen

Rekenspelletjes kattenwedstrijd

Kattenwedstrijd

Sommen tot 20

Rekenspelletjes eendenrace

Eendenrace

Sommen tot 20

Rekenspelletjes paardenkracht

Paardenkracht

Deelsommen

Rekenspelletjes wind in de zeilen

Wind in de zeilen

Sommen tot 20

Rekenspelletjes boten in actie

Boten in actie

Sommen tot 20

Vraag- en tekstsoorten begrijpend lezen groep 6

Bij begrijpend lezen in groep 6 is het slim om met verschillende tekstsoorten te oefenen. Zo leren kinderen dat je niet elke tekst op dezelfde manier leest. In informatieve teksten (bijvoorbeeld over dieren in de winter, sport of natuur) zoeken leerlingen naar feiten en belangrijke informatie. Ze oefenen met het vinden van het onderwerp, de hoofdzaken en een paar handige details. Ook letten ze op woorden zoals eerst, daarna, daarom en maar, omdat die vaak laten zien hoe zinnen bij elkaar horen. Bij verhalende teksten gaat het juist om wat er gebeurt in het verhaal. Leerlingen letten op wie er meedoet, wat er verandert en waarom iemand iets doet. Soms staat het antwoord niet letterlijk in de tekst en moeten ze het afleiden uit wat ze lezen. Ook de vraagsoorten verschillen. Sommige vragen zijn letterlijk: het antwoord staat precies in de tekst. Andere vragen zijn denkvragen: je gebruikt informatie uit de tekst om een conclusie te trekken. Er zijn ook woordenschatvragen (wat betekent een woord in deze zin?) en vragen over verwijswoorden zoals hij, zij, dit, die. Soms krijgen leerlingen een vraag waarbij ze moeten kiezen welke zin het beste de kern van een stukje tekst vertelt.

Begrijpend lezen groep thema winter

Kies jouw groep en start met het oefenen van begrijpend lezen