Begrijpend lezen groep 6 – thema lente

Lente groep 6

Lees eerst het verhaal rustig door. Daarna beantwoord je een vraag over het verhaal. Weet je het antwoord niet zeker?
Lees het verhaal dan nog een keer. Succes!

✓ 0 ✗ 0
De slak en zijn huisje Na een regenbui in de lente komen er overal slakken tevoorschijn. Ze kruipen over stoepen, door tuinen en over planten. Slakken houden van vocht. Hun lichaam bestaat voor een groot deel uit water en ze drogen snel uit in de zon. Een slak draagt zijn huisje altijd mee op zijn rug. Dat huisje is zijn schild. Als er gevaar dreigt, trekt de slak zich helemaal terug in zijn huisje. Het huisje groeit mee met de slak. Hoe ouder de slak, hoe groter het huisje. Slakken eten vooral planten. Ze raspen met hun tong over bladeren. Die tong zit vol met duizenden kleine tandjes. Tuiniers vinden slakken vaak vervelend, omdat ze planten opeten. Maar slakken zijn ook nuttig. Ze ruimen dode bladeren op en zijn voedsel voor vogels en egels. Slakken zijn dus een belangrijk onderdeel van het ecosysteem. Een ecosysteem is het geheel van planten, dieren en hun leefomgeving die allemaal met elkaar verbonden zijn.
Wat betekent het woord ecosysteem in deze tekst?
Zomertijd Eind maart wordt de klok een uur vooruit gezet. Dat heet de zomertijd. Om twee uur 's nachts wordt het opeens drie uur. Je verliest dus een uur slaap. Veel kinderen vinden dat vervelend, want ze moeten een uur eerder opstaan. Maar er is ook een voordeel. Het is 's avonds een uur langer licht. Na school kun je langer buiten spelen. De zomertijd werd meer dan honderd jaar geleden ingevoerd om energie te besparen. Als het langer licht is, hoef je minder lampen aan te doen. Of dat tegenwoordig nog veel verschil maakt, is de vraag. Sommige landen willen de zomertijd afschaffen. Ze vinden dat het klokje draaien onnatuurlijk is en slecht voor je slaapritme. Je lichaam moet wennen aan het nieuwe schema. Dat kan een paar dagen duren. Dieren merken het ook. Koeien die gewend zijn op een vast tijdstip gemolken te worden, zijn in de war. Toch genieten de meeste mensen van de lange, lichte avonden. Het voelt als het begin van de lente.
Waar gaat deze tekst vooral over?
De sloot in de lente In de lente is een sloot vol leven. Het water wordt warmer en dat trekt dieren aan. Kikkers kwaken en leggen eieren in kleverige massa's. Waterinsecten zwemmen rond. Visjes zoeken voedsel aan het oppervlak. Libellen beginnen te vliegen boven het water. Waterlelies steken hun eerste blaadjes omhoog. Langs de oever groeien nieuwe planten. Riet schiet omhoog in de warmte. Waterkers groeit in het ondiepe water. Vogels zoals reigers en ijsvogels staan stil aan de kant te wachten op een vis. Kinderen springen over de sloot of kijken naar waterbeestjes met een net. De sloot is in de lente een klein ecosysteem vol activiteit. Alles is met elkaar verbonden: de planten, de dieren en het water. Zelfs een gewone sloot kan een geweldige plek zijn om te ontdekken.
Waar gaat deze tekst vooral over?
Het egelnest Tom vond in de tuin een hoopje bladeren onder de struik. Hij wilde het opruimen, maar zijn moeder hield hem tegen. 'Daar zit misschien een egel in,' zei ze. Egels slapen de hele winter in een nest van bladeren. Dat heet een winterslaap. In de lente worden egels wakker. Ze zijn dan heel mager en hebben honger. Tom en zijn moeder zetten een schaaltje kattenvoer bij het bladerhopje. De volgende ochtend was het schaaltje leeg. Tom was blij. De egel leefde nog. Zijn moeder legde uit dat egels nuttige dieren zijn. Ze eten slakken en insecten die anders de planten in de tuin opeten. Daarom worden egels ook wel de tuinman van de natuur genoemd. Tom besloot het bladerhopje te laten liggen. Hij maakte zelfs een klein drinkbakje met water. Elke avond controleerde hij of het voer op was. Na een week zag hij de egel eindelijk. Het was een klein, rond beestje met bruine stekels. Tom noemde hem Stekkie.
Lees het dikgedrukte woord. Wie of wat wordt bedoeld met ze?
Het mierennest Bij de stoep voor het huis van Amir zat een mierennest. Honderden mieren liepen in een lange rij heen en weer. Ze droegen stukjes blad, kruimels en zelfs dode insecten. Amir hurkte neer en bekeek ze van dichtbij. Zijn vader legde uit dat mieren in een kolonie leven. Een kolonie kan wel honderdduizend mieren tellen. Er is een koningin die eieren legt, werksters die voedsel zoeken en soldaten die het nest verdedigen. De werksters communiceren door geurstoffen achter te laten. Andere mieren volgen dat spoor. Daarom lopen ze altijd in een rij. Amir legde een koekje naast het nest. Binnen vijf minuten hadden de mieren het gevonden. Ze braken het in kleine stukjes en droegen het naar binnen. Amir was verbaasd over hoe sterk mieren zijn. Een mier kan wel vijftig keer zijn eigen gewicht dragen. Dat is alsof een mens een vrachtwagen zou kunnen tillen. Amir besloot een werkstuk te maken over mieren voor school.
Waarom lopen mieren altijd in een rij?
De regenboog Na een lentebui verscheen er een prachtige regenboog aan de hemel. De kleuren waren helder: rood, oranje, geel, groen, blauw en paars. De kinderen in de straat wezen ernaar en juichten. Het leek alsof de regenboog precies boven de kerk eindigde. Een regenboog ontstaat wanneer zonlicht door regendruppels schijnt. Het licht breekt in de druppel en wordt gesplitst in alle kleuren. Wit licht bestaat namelijk uit alle kleuren van het spectrum bij elkaar. Het spectrum is het bereik van alle kleuren die in licht zitten. Je ziet een regenboog altijd als de zon achter je staat en de regen voor je valt. Soms zie je zelfs een dubbele regenboog. De tweede boog is zwakker en de kleuren staan in omgekeerde volgorde. Mensen zeggen weleens dat er een pot met goud staat aan het einde van de regenboog. Maar een regenboog heeft geen echt einde. Als je ernaartoe loopt, lijkt hij steeds verder weg te schuiven. Het blijft een van de mooiste verschijnselen van de lente.
Wat betekent het woord spectrum in deze tekst?
De lentefietstocht Opa en Mila gingen samen fietsen. Het was hun eerste lentefietstocht van het jaar. Opa had een kaart bij zich en een verrekijker. Mila had een rugzakje met drinken en koekjes. Ze fietsten langs de rivier richting het bos. Onderweg zagen ze van alles. Een reiger stond doodstil in de sloot te wachten op een vis. In de wei lagen pasgeboren lammetjes naast hun moeder. Mila telde er wel twintig. Bij het bos stopten ze en opa pakte de verrekijker. Hij wees naar een boom waar een specht op het hout tikte. Het geluid klonk als een kleine hamer. Ze liepen een stukje het bos in en vonden wilde hyacinten. De grond was bedekt met een paars tapijt van bloemen. Mila maakte een foto voor haar moeder. Op de terugweg stopten ze bij een pannenkoekenhuis. Mila nam een pannenkoek met stroop en opa nam er een met spek. Ze waren moe maar gelukkig. Opa beloofde dat ze elke zondag zouden gaan fietsen zolang het mooi weer was.
Wat kun je door de tekst zeggen over opa?
Pruimenbomen bloeien Pruimenbomen bloeien vroeg in de lente, soms al in maart. De bloemen zijn klein en wit. Ze komen tevoorschijn voordat de blaadjes aan de boom groeien. Dat is bijzonder: je ziet dan een boom vol bloemen, maar zonder blad. Bijen en andere insecten bezoeken de bloemen zodra het warm genoeg is. Na de bestuiving vallen de bloemblaadjes af. De bomen worden groen als de blaadjes uitlopen. Kleine pruimpjes beginnen te groeien op de plaatsen waar bloemen zaten. Ze groeien de hele zomer door. In augustus en september zijn de pruimen rijp. Dan zijn ze paars, geel of rood, afhankelijk van het ras. Pruimen zijn zoet en sappig. Je kunt ze rauw eten, maar ook verwerken tot jam of taart. Boeren met pruimenboomgaarden oogsten dan honderden kilo's fruit.
Wanneer bloeien pruimenbomen?
Mezen bouwen een nest In de lente beginnen koolmezen met nestbouwen. De koolmees is een kleine vogel met een zwarte kop, gele buik en witte wangen. Koolmezen zoeken een holte in een boom om in te nestelen. Ze bouwen het nest van mos, gras en dierenharen. Het is zacht van binnen zodat de eieren niet beschadigen. Nestkasten in tuinen worden ook graag gebruikt. Het vrouwtje legt vaak acht tot twaalf eieren. Dat zijn er meer dan bij de meeste andere kleine vogels. Ze broeden de eieren twee weken lang uit. Daarna komen de jongen uit. De ouders vliegen de hele dag heen en weer om rupsen en insecten te brengen. De jongen groeien snel. Na drie weken verlaten ze het nest. Dan leren ze vliegen en zelf voedsel zoeken. Elke lente kan een koolmees één of twee keer jongen grootbrengen.
Wat kun je zeggen over koolmezen die in nestkasten nestelen?
Zwaluwen komen terug Zwaluwen zijn kleine, snelle vogels met een gevorkte staart. Ze brengen de winter door in Afrika, want het is daar warm en er is genoeg voedsel. Als de lente aanbreekt in Nederland, beginnen ze aan de lange terugvlucht. Ze leggen duizenden kilometers af om hier te komen. Dat is een lange en vermoeiende reis. Zwaluwen vliegen overdag en rusten 's nachts. Ze volgen vaste routes die ze elk jaar opnieuw gebruiken. In Nederland eten zwaluwen insecten die ze in de lucht vangen. Ze vliegen heel snel en draaien soepel, zodat ze vliegende insecten kunnen pakken. In de lente zijn er genoeg insecten in Nederland en dan begint ook het broedseizoen. Zwaluwen bouwen hun nest op beschutte plekken, zoals onder dakranden van boerderijen. Ze maken hun nest van modder en droog gras. Het vrouwtje legt vijf tot zes eieren. Beide ouders zorgen voor de jongen totdat die kunnen vliegen. In de herfst trekken de zwaluwen weer terug naar Afrika.
Waarom brengen zwaluwen de winter door in Afrika?
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Advertentie

Oefenen met begrijpend lezen voor groep 6 thema lente

Op deze pagina kunnen kinderen oefenen met begrijpend lezen rond het thema lente. Begrijpend lezen betekent dat een kind niet alleen de woorden leest, maar ook begrijpt wat er staat, wat de schrijver bedoelt en welke informatie belangrijk is. In groep 6 wordt dit steeds belangrijker: kinderen krijgen langere teksten te lezen en moeten verbanden leggen tussen verschillende stukken informatie. Ze leren het verschil tussen een feit en een mening, zoeken naar de hoofdgedachte van een tekst en oefenen met het trekken van conclusies. Door te oefenen binnen één thema raken kinderen vertrouwd met de woordenschat die bij dat onderwerp hoort. Dat maakt het makkelijker om nieuwe teksten te begrijpen, omdat ze steeds meer woorden en achtergrondkennis opdoen. Het thema lente is daar bijzonder geschikt voor: kinderen herkennen veel uit hun eigen omgeving, zoals bloemen die bloeien, dieren die jongen krijgen en de dagen die langer worden. Die herkenning helpt om de teksten beter te begrijpen en maakt het oefenen leuker. Liever op papier oefenen? Klik hier voor gratis werkbladen voor groep 6. Altijd op de hoogte blijven van ontwikkelingen en nieuw lesmateriaal? Volg dan onze Facebookpagina.

Begrijpend lezen groep 6 thema lente

Kies jouw groep en start met het oefenen van begrijpend lezen