Begrijpend lezen groep 6 – thema lente

Lente groep 6

Lees eerst het verhaal rustig door. Daarna beantwoord je een vraag over het verhaal. Weet je het antwoord niet zeker?
Lees het verhaal dan nog een keer. Succes!

✓ 0 ✗ 0
Plantengroei in de lente In de lente groeien planten veel sneller dan in de winter. Dat komt door meer licht en hogere temperaturen. Planten hebben zonlicht nodig om te groeien. Met zonlicht maakt een plant energie om te groeien. Hoe meer licht, hoe meer energie de plant kan maken. Warmte helpt ook mee. In koude grond werken plantenwortels slecht. Als de grond warmer wordt, nemen wortels beter water en voedingsstoffen op uit de bodem. Dat geeft de plant energie om snel te groeien. In de lente zijn de omstandigheden voor de meeste planten ideaal. Er is genoeg licht, warmte en water door de regenbuien. Gras groeit zo snel dat het om de week gemaaid moet worden. Bomen schieten bladeren uit. Bloemen bloeien. De lente is voor planten de meest productieve tijd van het jaar.
Waarom groeien planten in de lente sneller dan in de winter?
Hazen in het veld In de lente zie je hazen vaker in het open veld. Hazen zijn grote, slanke dieren met lange oren en lange achterpoten. Ze kunnen heel snel rennen, soms wel zeventig kilometer per uur. In de paartijd, die in het vroege voorjaar valt, gedragen hazen zich bijzonder. Mannetjes vechten soms met hun voorpoten, dat heet 'boksen'. Het vrouwtje zoekt een beschutte plek in het hoge gras om haar jongen te baren. Hazenjongen worden met open ogen en vacht geboren. Ze zijn veel verder ontwikkeld dan konijntjes bij de geboorte. Na een paar uur kunnen ze al rondlopen. De moeder bezoekt ze alleen om te voeden en verstopt ze verder tussen het gras. Ze hebben weinig geur, zodat roofdieren ze moeilijk kunnen vinden. Jonge hazen heten leverets. Na vier tot vijf weken zijn ze zelfstandig.
Wat zegt het dat hazenjongen bij de geboorte al open ogen en een vacht hebben?
Vis gevangen Opa ging elke lentedag vissen bij de sloot achter het dorp. Hij had een oude hengel, een emmertje en een stoeltje. Opa viste niet om vis mee naar huis te nemen. Hij genoot gewoon van het buiten zitten en het wachten. Op een zaterdag nam hij zijn kleinzoon Jasper mee. Jasper had nog nooit gevist. Opa liet hem zien hoe je de hengel moest vasthouden en hoe je het aas aan de haak deed. Jasper vond het aas een beetje vies, maar deed dapper mee. Ze zaten een uur lang stil naast elkaar. Opa wees op een reiger die aan de overkant stond. 'Die vist ook,' fluisterde hij. Opeens bewoog Jaspers dobber. Opa zei dat hij rustig moest blijven en de hengel stevig vast moest houden. Jaspers hart bonsde. De dobber ging onder water. Opa legde zijn hand op die van Jasper en samen haalden ze de hengel op.
Wat zal er waarschijnlijk gebeuren nadat ze de hengel ophalen?
Achter de school was een smal paadje dat bijna niemand kende. Het liep tussen twee hagen door en kwam uit bij een veldje vol wilde bloemen. In de lente stond het vol met klaprozen, korenbloemen en boterbloemen. Het leek wel een schilderij. Lina had het paadje ontdekt toen ze haar bal achter de heg schopte. Sindsdien ging ze er elke pauze naartoe. Ze nam soms een boek mee en las tussen de bloemen. Het was haar geheime plekje. Op een dag nam ze haar vriendin Fatima mee. Fatima's mond viel open. 'Dit is de mooiste plek die ik ooit heb gezien,' fluisterde ze. Ze spraken af om het geheim te houden. Maar al snel kwamen er meer kinderen achter het paadje. Dat vond Lina jammer. Toen ze zag hoe blij iedereen was, veranderde ze van gedachten. De juf hoorde ervan en besloot er een natuurles te geven. Lina was trots dat haar ontdekking de hele klas blij maakte.
Welke titel past het best bij deze tekst?
Zwaluwen komen terug Zwaluwen zijn kleine, snelle vogels met een gevorkte staart. Ze brengen de winter door in Afrika, want het is daar warm en er is genoeg voedsel. Als de lente aanbreekt in Nederland, beginnen ze aan de lange terugvlucht. Ze leggen duizenden kilometers af om hier te komen. Dat is een lange en vermoeiende reis. Zwaluwen vliegen overdag en rusten 's nachts. Ze volgen vaste routes die ze elk jaar opnieuw gebruiken. In Nederland eten zwaluwen insecten die ze in de lucht vangen. Ze vliegen heel snel en draaien soepel, zodat ze vliegende insecten kunnen pakken. In de lente zijn er genoeg insecten in Nederland en dan begint ook het broedseizoen. Zwaluwen bouwen hun nest op beschutte plekken, zoals onder dakranden van boerderijen. Ze maken hun nest van modder en droog gras. Het vrouwtje legt vijf tot zes eieren. Beide ouders zorgen voor de jongen totdat die kunnen vliegen. In de herfst trekken de zwaluwen weer terug naar Afrika.
Waarom brengen zwaluwen de winter door in Afrika?
De bloemist van de markt Elke zaterdag stond meneer Bakker op de markt met zijn bloemen. In de lente was zijn kraam het kleurrijkst van allemaal. Er stonden tulpen, narcissen, hyacinten en viooltjes in alle kleuren van de regenboog. Mensen bleven staan om de geuren op te snuiven. Meneer Bakker kweekte al zijn bloemen zelf. Hij had een grote kas achter zijn huis. In de kas was het warm en vochtig, precies goed voor bloemen. De bloemen in zijn kas bloeiden eerder dan de bloemen buiten. Dat kwam doordat het in de kas altijd even warm was. Buiten moesten bloemen wachten tot de vorst voorbij was. Meneer Bakker kon daardoor al vroeg in het voorjaar bloemen verkopen op de markt. Andere bloemisten kochten hun bloemen bij de veiling, maar meneer Bakker was trots op zijn eigen kweek. Klanten kwamen speciaal voor hem naar de markt. Ze wisten dat zijn bloemen langer meegingen. 'Vers van het land,' zei meneer Bakker altijd met een knipoog.
Waarom bloeiden de bloemen in de kas eerder dan de bloemen buiten?
Slakken na de regen Na een lenteregenbui zie je vaak veel slakken kruipen. Slakken leven normaal verborgen onder stenen, bladeren of in de grond. Als het regent, komen ze tevoorschijn. Slakken hebben vocht nodig om te overleven. Hun lichaam bestaat voor een groot deel uit water. Als het droog is, trekken ze hun lijf in hun huisje terug en wachten. Slakken eten plantjes, mos en dode bladeren. Ze kunnen schadelijk zijn voor moestuinen, want ze knabbelen jonge plantjes aan. Tuiniers zoeken allerlei manieren om slakken weg te houden, zoals slakkenkorreltjes of een randje zand rond de bedden. Vogels en egels eten graag slakken. Na een natte nacht in de lente vind je ze overal in de tuin. Ze bewegen langzaam maar zijn 's nachts actief. Overdag zitten ze dan stil op een beschaduwde plek.
Wat kun je zeggen over slakken die veel buiten komen na regen?
De moestuin van oma Oma had de mooiste moestuin van de straat. Elke lente begon ze al vroeg met zaaien. In kleine bakjes op de vensterbank groeide sla, paprika en tomaten. Als de plantjes groot genoeg waren, verhuisde oma ze naar de tuin. De buren kwamen vaak kijken hoe het ging. Oma deelde graag tips. Ze legde uit wanneer je het beste kon planten en hoeveel water alles nodig had. Sommige planten hadden veel zon nodig, andere groeiden beter in de schaduw. Oma wist precies welke plant waar moest staan. Ze had het geleerd van haar eigen oma, die ook een moestuin had. In de zomer was de moestuin vol met groenten en kruiden. Oma gaf altijd een zakje verse tomaten aan de buren. De kinderen uit de straat mochten aardbeien plukken. Iedereen was gek op oma's moestuin. Het was meer dan een tuin, het was een ontmoetingsplek voor de hele buurt.
Lees het dikgedrukte woord. Wie of wat wordt bedoeld met ze?
De regenboog Na een lentebui verscheen er een prachtige regenboog aan de hemel. De kleuren waren helder: rood, oranje, geel, groen, blauw en paars. De kinderen in de straat wezen ernaar en juichten. Het leek alsof de regenboog precies boven de kerk eindigde. Een regenboog ontstaat wanneer zonlicht door regendruppels schijnt. Het licht breekt in de druppel en wordt gesplitst in alle kleuren. Wit licht bestaat namelijk uit alle kleuren van het spectrum bij elkaar. Het spectrum is het bereik van alle kleuren die in licht zitten. Je ziet een regenboog altijd als de zon achter je staat en de regen voor je valt. Soms zie je zelfs een dubbele regenboog. De tweede boog is zwakker en de kleuren staan in omgekeerde volgorde. Mensen zeggen weleens dat er een pot met goud staat aan het einde van de regenboog. Maar een regenboog heeft geen echt einde. Als je ernaartoe loopt, lijkt hij steeds verder weg te schuiven. Het blijft een van de mooiste verschijnselen van de lente.
Wat betekent het woord spectrum in deze tekst?
De lentewandeling Meester Jan nam zijn klas mee voor een lentewandeling door het bos. Hij had een speurtocht gemaakt. Op het blad stonden tien dingen die de kinderen moesten zoeken: een madeliefje, een dennenkegel, een veertje, een slak, een paddenstoel, een eikenblad, een spin, een kever, een mos en een bijzondere steen. De kinderen renden door het bos en zochten als gekken. Sommigen werkten samen, anderen zochten alleen. Mees vond als eerste de dennenkegel. Aisha ontdekte een mooie kever onder een boomstronk. Niemand kon de paddenstoel vinden, tot Sophie er bijna op trapte. Na een uur had bijna iedereen alles gevonden. Meester Jan riep de klas bij elkaar. Hij vertelde dat alles wat ze hadden gevonden bij elkaar hoorde. Het mos groeide op de steen, de kever leefde onder het blad, de spin ving insecten en de bloemen trokken bijen aan. Het bos was een groot geheel waar alles met elkaar verbonden was. De kinderen begrepen nu beter hoe de natuur werkt.
Waar gaat deze tekst vooral over?
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Advertentie

Oefenen met begrijpend lezen voor groep 6 thema lente

Op deze pagina kunnen kinderen oefenen met begrijpend lezen rond het thema lente. Begrijpend lezen betekent dat een kind niet alleen de woorden leest, maar ook begrijpt wat er staat, wat de schrijver bedoelt en welke informatie belangrijk is. In groep 6 wordt dit steeds belangrijker: kinderen krijgen langere teksten te lezen en moeten verbanden leggen tussen verschillende stukken informatie. Ze leren het verschil tussen een feit en een mening, zoeken naar de hoofdgedachte van een tekst en oefenen met het trekken van conclusies. Door te oefenen binnen één thema raken kinderen vertrouwd met de woordenschat die bij dat onderwerp hoort. Dat maakt het makkelijker om nieuwe teksten te begrijpen, omdat ze steeds meer woorden en achtergrondkennis opdoen. Het thema lente is daar bijzonder geschikt voor: kinderen herkennen veel uit hun eigen omgeving, zoals bloemen die bloeien, dieren die jongen krijgen en de dagen die langer worden. Die herkenning helpt om de teksten beter te begrijpen en maakt het oefenen leuker. Liever op papier oefenen? Klik hier voor gratis werkbladen voor groep 6. Altijd op de hoogte blijven van ontwikkelingen en nieuw lesmateriaal? Volg dan onze Facebookpagina.

Begrijpend lezen groep 6 thema lente

Kies jouw groep en start met het oefenen van begrijpend lezen