Begrijpend lezen groep 5 – thema lente

Lente groep 5

Lees eerst het verhaal rustig door. Daarna beantwoord je een vraag over het verhaal. Weet je het antwoord niet zeker?
Lees het verhaal dan nog een keer. Succes!

✓ 0 ✗ 0
De knop aan de boom In de lente zie je knoppen aan bomen. In zo'n knop zitten al kleine blaadjes verstopt. Om de blaadjes te laten groeien, gaat de knop open als het warmer wordt.
Deze tekst is nog niet af. Waar zal de rest van de tekst over gaan?
Van rups tot vlinder In de lente zie je soms een rups op een blad zitten. Hij eet kleine hapjes uit het groen. Daardoor krijg je gaatjes in het blad. Een rups groeit snel en moet vaak vervellen. Na een tijdje zoekt hij een rustige plek, bijvoorbeeld onder een tak. Daar maakt hij een pop. In die pop verandert de rups langzaam. Later komt er een vlinder uit. Een vlinder heeft grote (1) waarmee hij kan vliegen en van bloem naar bloem gaat.
Wat past het best op plaats (1)?
Zaadjes in de aarde In de lente gaan veel mensen zaaien. Ze stoppen zaadjes in de aarde. Daarna geven ze water. Na een paar dagen zie je een klein groen puntje. Een zaadje heeft water en warmte nodig om te groeien. Zonder water blijft het zaadje stil in de grond. Met zon en water kan het plantje groter worden.
Welke twee dingen heeft een zaadje nodig om te kunnen groeien?
Wandelen in de lente In de lente is het vaker warm. Neem een flesje water mee en doe fijne schoenen aan. Loop op het pad en kijk goed waar je loopt. Dan kun je veilig wandelen. Je ziet in de lente veel nieuwe blaadjes. Ook bloeien er bloemen. Soms hoor je vogels zingen. Buiten zijn is dan leuk.
Lees het dikgedrukte stuk. Wat doet de schrijver in dit stuk?
Knoppen aan de tak In de winter lijken bomen kaal, maar op de takken zie je soms al knoppen. In zo'n knop zit een nieuw blaadje verstopt. De knop heeft een laagje eromheen, een soort jas. Dat laagje beschermt tegen kou, wind en regen. Zodra het warmer wordt, gaat de knop langzaam open. Dan komt het blaadje tevoorschijn, eerst klein en lichtgroen. In de weken erna wordt het blaadje groter en donkerder. Zo krijgt de boom weer meer blaadjes en wordt de kroon voller. Als je goed kijkt, zie je dat niet alle knoppen tegelijk opengaan. Sommige takken zijn sneller, vooral als ze meer zon krijgen.
Waarom gaan niet alle knoppen tegelijk open?
Het nest In de lente bouwen veel vogels een nest. Ze zoeken takjes en gras om het nest te maken. Om de eieren warm te houden, maken vogels het nest vanbinnen zacht. Wil je weten hoe ze dat doen?
Deze tekst is nog niet af. Waar zal de rest van de tekst over gaan?
Bijen In de lente zie je weer bijen. Ze vliegen bij bloemen. Ik raad je aan om niet te zwaaien met je armen als er een bij komt. Blijf rustig staan, dan vliegt hij weg. Zo gebeurt er niets. Bijen helpen bloemen groeien. Ze nemen stuifmeel mee. Daardoor kunnen er later vruchten komen. Bijen zijn dus handig.
Lees het dikgedrukte stuk. Wat doet de schrijver in dit stuk?
In de lente zie je vaak bijen in tuinen en parken. Bijen vliegen van bloem naar bloem om nectar te halen. Van die nectar maken ze honing. Terwijl ze nectar zoeken, blijft er stuifmeel aan hun poten plakken. Dat stuifmeel nemen ze mee naar een andere bloem. Zo helpen bijen planten om nieuwe zaden te maken. Zonder bijen zouden er veel minder bloemen en fruit groeien. Daarom zijn bijen heel belangrijk in de lente.
Welke titel past het best bij deze tekst?
De moestuin Sofie en Daan liepen na school naar de moestuin. In de lente mochten ze daar weer helpen, want er moest veel gebeuren. Sofie pakte een klein schepje en maakte de aarde los. Daan haalde steentjes weg en maakte rechte rijtjes in de grond. Daarna legden ze voorzichtig zaadjes in de gaatjes en deden er een dun laagje aarde overheen. 'Nu nog water,' zei Sofie, en ze vulde de gieter bij de kraan.
Lees het dikgedrukte woord. Wie of wat wordt bedoeld met ze?
Kikkerdril en kikkervisjes In de lente hoor je bij sloten vaak gekwaak. Dat zijn kikkers die elkaar roepen, vooral in de avond. In de winter hebben veel kikkers zich verstopt in modder of onder bladeren. Daar is het minder koud. Als het warmer wordt, gaan ze terug naar het water. Daar leggen ze eitjes die samen in doorzichtige klompjes zitten. Dat noemen we kikkerdril. In het begin zie je in elk eitje een donker stipje. Na een tijdje komt er een kikkervisje uit. Kikkervisjes zwemmen eerst vooral rond en eten kleine stukjes plant. Later krijgen ze pootjes en verandert ook hun staart. Het lijkt alsof ze elke week een beetje meer op een kikker gaan lijken. Pas als de staart bijna weg is, kunnen ze goed op het land leven.
Welke samenvatting past het best bij de tekst?
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Advertentie

Oefenen met begrijpend lezen voor groep 5 thema lente

Op deze pagina vinden kinderen leerzame oefeningen voor begrijpend lezen rond het thema lente. Bij begrijpend lezen draait het erom dat een kind snapt waar een tekst over gaat en welke informatie belangrijk is om te onthouden. In groep 5 zetten kinderen daarin flinke stappen: ze gaan van korte verhaaltjes naar iets langere teksten en leren om eerst goed naar de titel, plaatjes en kopjes te kijken. Door vaker teksten over hetzelfde onderwerp te lezen, breidt de woordenschat van een kind als vanzelf uit. Bekende woorden komen terug en nieuwe woorden krijgen betekenis door de context, waardoor een volgende tekst over hetzelfde thema meteen makkelijker leest. Het thema lente past daar perfect bij, want kinderen zien de veranderingen letterlijk om zich heen gebeuren: knoppen komen aan de bomen, lammetjes huppelen in de wei en de zon blijft 's avonds langer schijnen. Die herkenning helpt enorm bij het lezen, omdat kinderen kunnen terugvallen op wat ze al weten uit hun eigen leven. Bovendien wordt oefenen zo een stuk gezelliger, want lezen over iets vertrouwds voelt veilig en uitnodigend. Liever op papier oefenen? Klik hier voor gratis werkbladen voor groep 5. Wil je niets missen van nieuwe lesideeën en oefenmateriaal? Volg ons dan op onze Facebookpagina.

Begrijpend lezen groep 5 thema lente

Kies jouw groep en start met het oefenen van begrijpend lezen