Begrijpend lezen groep 7 – thema lente

Lente groep 7

Lees eerst het verhaal rustig door. Daarna beantwoord je een vraag over het verhaal. Weet je het antwoord niet zeker?
Lees het verhaal dan nog een keer. Succes!

✓ 0 ✗ 0
Fietsen door de bollenvelden Op een zonnige zaterdag in april ging de familie van Dam op de fiets door de Bollenstreek. Dat is het gebied tussen Haarlem en Leiden waar elk voorjaar de bollenvelden bloeien. Papa had een route uitgestippeld langs de kleurrijkste velden. Al snel zagen ze de eerste velden: knalrood, geel en roze, zo ver je kon kijken. Mama zette haar fiets neer en maakte foto's. 'Dit bestaat toch niet,' zei ze. Tijdens de lunchpauze las papa voor uit een foldertje over de bollenvelden. De meeste bloemen op de velden zijn tulpen, maar er zijn ook narcissen en hyacinten. Hyacinten zijn blauwe of witte bloemen met een sterke geur. De bollen worden in de herfst gepoot en bloeien in het voorjaar. Na het bloeien worden de bollen uit de grond gehaald, gesorteerd en verkocht aan tuinders over de hele wereld. Emma vroeg waarom sommige bloemen al weg waren. Papa legde uit dat bollenboeren de bloemen afknippen zodat alle energie naar de bol gaat. 'Anders wordt de bol te klein voor volgend jaar,' zei hij.
Welk verband legt de tekst tussen het afknippen van bloemen nu en de bloei van volgend jaar?
De meikever De meikever is een bruine kever die je in mei kunt zien vliegen. Hij is vernoemd naar de maand mei, omdat hij dan het meest actief is. Meikevers zijn vrij groot voor een insect: ze worden zo'n drie centimeter lang. In de avondschemering vliegen ze zoekend rond bomen en struiken. Ze eten de bladeren van eiken, beuken en andere loofbomen. Loofbomen zijn bomen die in de herfst hun bladeren laten vallen. De meikever heeft een bijzondere levenscyclus. Een levenscyclus is de opeenvolging van stadia die een dier doorloopt in zijn leven. Het vrouwtje legt eitjes in de grond. Uit die eitjes komen larven die wel drie tot vier jaar in de grond leven. Ze eten plantenwortels en kunnen schade aanrichten aan gewassen. Na die jaren veranderen de larven in een kever. Vroeger waren meikevers er in grote aantallen, maar tegenwoordig zijn ze zeldzamer door het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de landbouw.
Welke titel past het beste bij de tweede alinea van deze tekst?
Een dansvoorstelling op Koningsdag Op Koningsdag stond Lila op een houten podium op het plein. Met negen andere kinderen uit haar danslessen voerde ze een lentedans uit. Ze had vier maanden geoefend. Vier maanden van vrijdagavonden in een gymzaal die naar zweet rook. Vier maanden van bewegingen onthouden, blokken vergeten en opnieuw doen. Maar nu, op deze maandagochtend, vergat ze haar nervositeit zodra de muziek begon. Het was hetzelfde liedje als in de oefenruimte, maar tegelijk anders. De zon, de mensen, de slingers, de lucht. Ze danste niet langer in een gymzaal, ze danste op het plein. Zelfs als ze één keer kort verkeerd liep, was het niet erg. Niemand merkte het. Na afloop kwam haar moeder met een glas limonade. 'Het ging goed,' zei ze. 'Niet perfect, hè?' Lila lachte. 'Nee, maar wel anders.' Ze begreep iets wat ze tijdens de oefeningen nooit had begrepen. Oefenen was nooit alleen voor de perfecte uitvoering geweest. Het was er om vandaag, op het plein, vrij genoeg te zijn om te vergeten dat het oefeningen waren.
Wat heeft Lila volgens de tekst pas op het plein begrepen over al haar oefeningen?
De vrijmarkt op koningsdag Stijn had weken vooruit gespaard voor zijn plekje op de vrijmarkt. Hij had thuis een grote berg speelgoed verzameld dat hij niet meer gebruikte: oude lego, een ontbrekend stuk van een puzzel, drie autootjes en een knuffel zonder oor. Op koningsdag stond hij al om zeven uur 's ochtends op zijn kleedje op het plein. Naast hem zaten andere kinderen met soortgelijke spullen. De eerste kopers waren volwassenen die snel langs alle kleedjes liepen. Ze knikten beleefd, maar kochten weinig. Pas vanaf half elf werd het echt druk. Een meisje van een jaar of zes kwam met haar moeder voor het kleedje staan. Het meisje pakte de knuffel zonder oor op en wilde hem niet meer loslaten. Stijn vroeg er één euro voor. Maar de moeder stond erop om er twee euro voor te betalen. Aan het eind van de dag had Stijn elf euro verdiend. Zijn vader vroeg of hij het niet jammer vond dat zijn knuffel weg was. Stijn dacht na. 'Een beetje wel,' zei hij. 'Maar ik vind het mooi dat hij nu weer iemand heeft die om hem geeft.'
Wat kun je afleiden over de moeder van het kleine meisje?
Pasen en lente Pasen is een feest dat elk jaar in de lente wordt gevierd. Het valt altijd op een zondag in maart of april. Veel mensen zoeken op Pasen eieren in de tuin of in huis. Die eieren zijn gemaakt van chocolade of zijn echte eieren die zijn beschilderd. Het ei is een symbool van nieuw leven, wat past bij de lente. Een symbool is een voorwerp of teken dat ergens voor staat. Pasen is ook een christelijk feest. Christenen herdenken met Pasen de opstanding van Jezus Christus. In de kerk worden speciale diensten gehouden. Veel kerken steken paaskaarsen aan als teken van licht en nieuw begin. Naast de religieuze betekenis is Pasen voor veel mensen ook gewoon een gezellig familiefeest. Ze eten samen, decoreren hun huis met lenteversieringen en genieten van de langere dagen.
Waarom is het ei een passend symbool bij Pasen en de lente?
De koolmees bouwt een nest De koolmees is een klein vogeltje met een geel buikje en een zwarte streep over zijn borst. In de lente is hij druk bezig met het bouwen van een nest. Het liefst nestelt hij in een boomholte of een nestkastje. Het vrouwtje bouwt het nest van mos, haar en zachte plantenvezels. Plantenvezels zijn de dunne draadjes die in planten zitten. Ze maken het nest warm en zacht van binnen. Als het nest klaar is, legt het vrouwtje vijf tot twaalf eitjes. Ze zitten op de eieren en houden ze warm. Na twee weken komen de eitjes uit. De jonge koolmezen hebben dan nog geen veren en zijn erg kwetsbaar, wat betekent dat ze gemakkelijk kunnen sterven. Beide ouders brengen de hele dag rupsen en insecten. Na drie weken vliegen de jongen uit. Ze moeten dan snel leren zichzelf te redden.
Lees het dikgedrukte woord. Wat betekent kwetsbaar in deze tekst?
Jonge eendjes op het water In de lente zie je op sloten en vijvers vaak jonge eendjes zwemmen. Een moedereend legt haar eieren in een nest dicht bij het water. Het nest is gemaakt van gras, bladeren en zachte veren. Na ongeveer vier weken komen de eieren uit. De kleine eendjes zijn meteen al in staat om te zwemmen. Ze volgen hun moeder overal naartoe. De moedereend past goed op haar kuikens. Als er gevaar dreigt, roept ze luid en brengt ze de kuikens bij elkaar. Vossen, katten en roofvogels zijn gevaarlijk voor de jonge eendjes. Niet alle kuikens overleven de eerste weken. Dat is een hard feit van de natuur. Toch legt een eend elk jaar opnieuw eieren, zodat er genoeg nakomelingen zijn. Nakomelingen zijn de jonge dieren die geboren worden.
Lees het dikgedrukte woord. Wat betekent nakomelingen in deze tekst?
Oma's moestuin in april Elke lente hielp Nina haar oma met de moestuin. Op een zaterdagochtend in april stonden ze samen in de tuin met een zak zaadjes, een schep en een gieter. Oma had de grond al losgemaakt, wat spitten wordt genoemd. Spitten betekent dat je de grond omgooit met een schep zodat hij luchtig wordt. 'Als de grond te hard is, kunnen de worteltjes er niet doorheen groeien,' legde oma uit. Ze plantten zaadjes van radijsjes, sla en wortels in nette rijen. Nina schreef op kleine stokjes welk zaad waar zat. Oma vertelde dat zaadjes drie dingen nodig hadden om te ontkiemen: warmte, water en licht. Ontkiemen betekent dat het eerste kleine plantje uit het zaad groeit. 'Dat is waarom we pas in april planten,' zei oma, 'in maart is het nog te koud.' Ze goten de zaadjes voorzichtig nat. Nina vroeg wanneer ze de eerste radijsjes konden eten. 'Over een maand', zei oma. Nina vond een maand lang. 'Goede dingen kosten tijd, lieverd', zei oma.
Wat zou er volgens de tekst gebeuren als oma en Nina hun zaadjes al in maart hadden geplant?
Brandnetelthee bij oma In de tuin van oma stond een hoek vol met brandnetels. Lara hield daar altijd afstand van. Eén keer, toen ze tegen een blad had gestoten, had ze nog uren rode bultjes gehad. Deze keer kwam oma naar buiten met handschoenen en een schaar. 'Pluk je mee?' vroeg ze. 'In de lente zijn de jonge topjes het allerlekkerst.' In de keuken hield oma de blaadjes onder heet water. 'Door de hitte gaan de prikkende haartjes kapot,' zei ze. 'Daarna kun je ze gewoon aanraken.' Ze deed de blaadjes in een pan met kokend water. Na een paar minuten haalde ze de pan van het vuur en zeefde de thee in twee kopjes. Lara nam voorzichtig een slokje. De thee smaakte een beetje naar gras, maar niet vies. 'Mensen drinken dit al duizenden jaren,' zei oma. 'Brandnetel zit vol vitamines en ijzer. Vroeger hadden mensen in maart bijna geen verse groente meer. Brandnetel was dan een van de eerste planten die weer groeide en gaf meteen weer energie.' Lara nam nog een slok.
Waarom waren brandnetels volgens oma vroeger zo welkom in de lente?
Spelen in de lenteregenbui Na school liepen Roos en haar vriendin Julia naar het park. De zon scheen, maar er dreven ook donkere wolken aan de hemel. Plotseling begon het te regenen, eerst zachtjes en daarna steeds harder. 'We moeten schuilen!' riep Julia. Maar Roos trok haar mee het gras op. 'Het is gewoon water,' zei ze lachend. Ze dansten in de regen en plonsden in de plassen. Na vijf minuten was de bui alweer voorbij. De zon scheen opnieuw en de lucht rook fris. Roos keek omhoog en zag een regenboog boven de flatgebouwen. 'Hoe ontstaat een regenboog eigenlijk?' vroeg Julia. Roos wist dat het zonlicht door de regendruppels werd gebroken. Als licht door een druppel gaat, splitst het in alle kleuren waaruit het bestaat. Dat zijn altijd dezelfde kleuren in dezelfde volgorde: rood, oranje, geel, groen, blauw en paars. Ze gingen naast elkaar in het natte gras zitten en keken tot de regenboog langzaam vervaagde. 'Een lentebui is eigenlijk best mooi,' zei Julia.
Welke beschrijving past het best bij Roos in dit verhaal?
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Advertentie

Oefenen met begrijpend lezen voor groep 7 thema lente

Op deze pagina staan oefeningen voor kinderen om begrijpend lezen te trainen rondom het thema lente. Bij begrijpend lezen gaat het er niet alleen om dat een kind de woorden kan lezen, maar vooral dat het de inhoud doorgrondt: waar gaat de tekst over, wat wil de schrijver zeggen en welke informatie is hoofdzaak? In groep 7 wordt dit nog uitdagender: kinderen krijgen vaker zakelijke en informatieve teksten te lezen en leren hoofdzaken van bijzaken te onderscheiden. Ze oefenen met signaalwoorden, herkennen de opbouw van een tekst en trekken conclusies op basis van wat er niet letterlijk staat. Ook beoordelen ze steeds bewuster wat het doel van de schrijver is en of een tekst betrouwbaar lijkt. Door rond één thema te oefenen bouwen kinderen de specifieke woordenschat van dat onderwerp op. Hoe meer woorden en voorkennis ze opdoen, hoe makkelijker nieuwe teksten over hetzelfde thema te begrijpen zijn. Lente leent zich daar uitstekend voor: veel onderwerpen (bloeiende bloemen, dieren die jongen krijgen, langer wordende dagen) zien kinderen ook in hun eigen omgeving terug. Die herkenbaarheid maakt de teksten toegankelijker en het oefenen leuker. Liever op papier oefenen? Klik hier voor gratis werkbladen voor groep 7. Altijd op de hoogte blijven van ontwikkelingen en nieuw lesmateriaal? Volg dan onze Facebookpagina.

Begrijpend lezen groep 7 thema lente

Kies jouw groep en start met het oefenen van begrijpend lezen