Begrijpend lezen groep 7 – thema lente

Lente groep 7

Lees eerst het verhaal rustig door. Daarna beantwoord je een vraag over het verhaal. Weet je het antwoord niet zeker?
Lees het verhaal dan nog een keer. Succes!

✓ 0 ✗ 0
Saharazand op de auto Op een ochtend in april liep Yara naar buiten en bleef verbaasd staan. De donkerblauwe auto van haar moeder zag er anders uit. Een dunne, gelige laag bedekte de motorkap en de ramen. Het leek wel of er meel overheen gestrooid was. Haar moeder lachte. 'Saharazand,' zei ze. 'Dat gebeurt soms in het voorjaar.' In de keuken legde moeder het uit. In Afrika ligt een woestijn die de Sahara heet. Bij heel harde wind worden er enorme hoeveelheden zandkorrels de lucht in geblazen, soms tot wel vijf kilometer hoog. De korrels reizen dan duizenden kilometers met de luchtstromen mee. Als er ergens een regenbui valt, komt het zand met de regendruppels naar beneden. Daarom zien auto's er dan zo uit. Yara vond het bijna ongelooflijk. Ze ging naar buiten, schreef met haar vinger haar naam in het zand op de auto en maakte een foto. 'Volgende keer als ze in aardrijkskunde over de Sahara praten,' zei ze tegen zichzelf, 'weet ik dat het ook tot hier kan komen.'
Wat moeten volgens de tekst twee dingen zijn voordat Saharazand op een auto in Nederland kan liggen?
De biologieles bij de sloot Op een donderdag in april nam de juf van groep 7 de klas mee naar de sloot achter het schoolplein voor een buitenles. Iedereen had een potje meegenomen. Ze schepten water uit de sloot en keken wat erin zat. Mees zag meteen kleine zwarte stipjes bewegen. 'Kikkervisjes!' riep hij. De juf bevestigde het. Ze vertelde dat kikkers hun eieren in de lente in het water leggen en dat uit die eieren kikkervisjes komen. Ze bekeek ze onder een vergrootglas. De kikkervisjes hadden een ronde kop en een lange staart. Ze bewogen door het water door hun staart heen en weer te bewegen, net als vissen. De juf legde uit dat ze later pootjes zouden krijgen en dat de staart langzaam zou verdwijnen. Dit proces heet metamorfose, wat betekent: een volledige verandering van vorm. Uiteindelijk klimt de kikker het water uit en leeft hij op het land. Mees vond het bijna ongelooflijk dat zo'n klein stipje ooit een echte kikker zou worden.
Wat maakt de les volgens de tekst vooral bijzonder voor Mees?
Hoe moederdag is ontstaan Moederdag is niet altijd een traditie geweest. De dag in de vorm zoals wij hem nu kennen, is bedacht door één persoon: Anna Jarvis uit Amerika. In 1908 organiseerde zij een kerkdienst ter ere van haar overleden moeder. Anna vond dat moeders veel doen voor hun kinderen en daarvoor te weinig dank krijgen. Ze begon met een brievencampagne om er een nationale feestdag van te maken. Zes jaar later, in 1914, lukte het: de Amerikaanse president maakte de tweede zondag van mei tot officiële moederdag. Het idee waaide snel over naar Europa. In Nederland werd moederdag voor het eerst gevierd in 1925. Sindsdien geven kinderen op de tweede zondag van mei tekeningen, bloemen of zelfgemaakte cadeaus aan hun moeder. Het bijzondere is dat Anna Jarvis later zelf spijt kreeg van haar idee. Ze vond dat winkels misbruik maakten van de dag door dure cadeaus aan te prijzen. Dat was niet wat ze had bedoeld. Maar toen was het al te laat: moederdag was overal in de wereld een gewoonte geworden.
Wat is volgens de tekst de reden dat Anna Jarvis later spijt kreeg van haar idee?
Een dansvoorstelling op Koningsdag Op Koningsdag stond Lila op een houten podium op het plein. Met negen andere kinderen uit haar danslessen voerde ze een lentedans uit. Ze had vier maanden geoefend. Vier maanden van vrijdagavonden in een gymzaal die naar zweet rook. Vier maanden van bewegingen onthouden, blokken vergeten en opnieuw doen. Maar nu, op deze maandagochtend, vergat ze haar nervositeit zodra de muziek begon. Het was hetzelfde liedje als in de oefenruimte, maar tegelijk anders. De zon, de mensen, de slingers, de lucht. Ze danste niet langer in een gymzaal, ze danste op het plein. Zelfs als ze één keer kort verkeerd liep, was het niet erg. Niemand merkte het. Na afloop kwam haar moeder met een glas limonade. 'Het ging goed,' zei ze. 'Niet perfect, hè?' Lila lachte. 'Nee, maar wel anders.' Ze begreep iets wat ze tijdens de oefeningen nooit had begrepen. Oefenen was nooit alleen voor de perfecte uitvoering geweest. Het was er om vandaag, op het plein, vrij genoeg te zijn om te vergeten dat het oefeningen waren.
Wat heeft Lila volgens de tekst pas op het plein begrepen over al haar oefeningen?
Waarom bloemen kleuren hebben Op het eerste gezicht lijken de kleuren van bloemen er voor de mens te zijn. Wij vinden tulpen en narcissen mooi. Maar bloemen bestonden al lang voordat mensen er waren. Hun kleuren hebben een heel ander doel: het aantrekken van bestuivers. Verschillende dieren zien verschillende kleuren. Bijen kunnen blauw en geel goed zien. Vlinders zien juist rood scherp. Vogels kunnen ook rood waarnemen, terwijl de meeste vlinders blauw weer minder goed zien. Een plant die bestoven wil worden door een bij, heeft dus baat bij blauwe of gele bloemen. Een plant die liever vogels lokt, kiest voor rood. Sommige bloemen hebben zelfs strepen of stippen die alleen onder ultraviolet licht te zien zijn. Dat is een soort lichtsignaal dat insecten wel kunnen zien, maar wij mensen niet. Het is dus eigenlijk een soort reclamebord. Elke kleur stuurt een signaal naar een specifieke groep dieren: 'Hier zit nectar of stuifmeel'. Een bloem zonder kleur zou veel moeilijker worden gevonden door bestuivers en de kans op bestuiving zou veel kleiner zijn.
Welk verband legt de tekst tussen de kleur van een bloem en het bestuivende dier?
De moestuin in de lente In de lente beginnen veel mensen met het aanleggen van een moestuin. Een moestuin is een tuin waarin je groenten en kruiden zelf kweekt. In maart en april is het de juiste tijd om zaadjes te planten. Sommige zaden begin je eerst binnen op te kweken, omdat het buiten nog te koud kan zijn. Als de planten groter worden, gaan ze naar buiten. Dit heet uitplanten. Populaire groenten voor de moestuin zijn sla, wortels, radijsjes en tomaten. De grond moet losgemaakt worden met een schep of hark voordat je zaait. Dat heet spitten. Als de grond te hard is, kunnen de wortels van de plant niet goed groeien. Water geven is ook belangrijk, vooral als het droog is. Kinderen leren in de moestuin hoe groenten groeien en waar ons eten vandaan komt.
Waarom begin je sommige zaadjes eerst binnen op te kweken?
De boerenzwaluw De boerenzwaluw is een slanke vogel met een donkerblauwe rug en een rode keel. Zijn staart is gespleten, wat hem goed herkenbaar maakt. Boerenzwaluwen komen in april terug vanuit Afrika. Ze vliegen duizenden kilometers om hier te broeden. Ze kiezen voor stallen en schuren als nestplaats, niet voor bomen of struiken. Het nest wordt gebouwd van modder en gras, en geplakt aan een balk of muur. Boerenzwaluwen eten insecten die ze in de vlucht vangen. Ze zijn heel behendig in de lucht en kunnen snel van richting veranderen. Ze vliegen laag als er slecht weer aankomt, omdat insecten dan ook lager vliegen. Daarmee zijn ze een soort weersvoorspeller. Als je boerenzwaluwen laag ziet vliegen, is de kans groot dat het gaat regenen. In de zomer kweken ze twee of drie nestjes met jongen. In augustus en september vliegen ze weer terug naar Afrika.
Wat kun je voorspellen als je boerenzwaluwen laag ziet vliegen?
Bloesem aan de fruitbomen In april en mei staan veel fruitbomen vol met bloesem. Bloesem zijn de kleine bloemetjes die aan de takken van bomen groeien voordat er fruit aan komt. Appelbomen, perenbomen en kersenbomen zijn bekende voorbeelden. De bloesem is wit of lichtroze van kleur en heeft een zachte geur. Veel mensen vinden het een van de mooiste beelden van de lente. De bloesem is erg belangrijk voor de fruitoogst later in het jaar. Bijen en andere insecten bezoeken de bloemen om nectar te drinken. Nectar is een zoete vloeistof die bloemen aanmaken. Terwijl een bij nectar drinkt, neemt ze stuifmeel mee op haar lichaam. Bij de volgende bloem valt dit stuifmeel eraf. Zo worden de bloemen bevrucht, wat betekent dat er later fruit kan groeien. Zonder bloesem en zonder insecten zou er dus geen fruit zijn.
Wat is de rol van bijen bij de bloesem?
Een kanotocht op het kanaal Op een warme zaterdag in mei mocht Daan voor het eerst mee in de kano van zijn buurman. Het kanaal achter hun straat liep door weilanden tot bij een klein dorpje. De buurman gaf hem een peddel die net iets te groot was. 'Probeer rustig te zijn,' zei hij. 'Hoe minder geluid je maakt, hoe meer je ziet.' Daan peddelde de eerste honderd meter veel te enthousiast. Hij maakte plonzen, zwaaide de kano heen en weer en zag bijna niets. Toen hij rustiger werd, veranderde alles. Een blauwe reiger stond stil tussen het riet en keek toe. Een waterhoen zwom met haar jongen vlak achter de kano. Een schaduw onder het oppervlak bleek een grote snoek te zijn. Halverwege de tocht stopten ze bij een bruggetje. De buurman gaf hem een appel. 'Bij snel doen mis je meer dan je denkt,' zei hij. Daan knikte. Het werd zijn favoriete les van die lente.
Welke uitspraak past het best bij wat Daan tijdens deze kanotocht ontdekt?
Een veulen in de wei Aan het einde van een lentewandeling met haar vader stond Femke stil bij een hek. In de wei stonden twee paarden. Naast het grote paard, een merrie, stond een veel kleiner paard op hoge, dunne poten. Het was pas een paar uur oud. Femke had nog nooit een veulen zo dichtbij gezien. Het veulen wankelde, viel bijna om en stond toen weer recht. Het hoofd zocht meteen naar de buik van de moeder om te drinken. Femkes vader vertelde dat een veulen al binnen een paar uur na zijn geboorte moet kunnen staan en lopen. Dat heeft te maken met de plek waar paarden vandaan komen. Wilde paarden leefden vroeger in open vlaktes met weinig schuilplaatsen. Roofdieren konden hen daar snel zien en aanvallen. Een veulen dat niet snel mee kon rennen met de kudde, overleefde de eerste week vaak niet. Femke keek nog lang. Het veulen kwam wankelend richting het hek, snuffelde aan haar uitgestoken hand en draafde toen alweer terug naar zijn moeder. 'Eigenlijk is hij nu al klaar voor de wereld,' zei haar vader. 'Verbazingwekkend, hè?' Femke knikte. 'Wij doen er jaren langer over.'
Wat is volgens de vader van Femke de oorspronkelijke reden dat een veulen al direct kan staan en lopen?
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Advertentie

Oefenen met begrijpend lezen voor groep 7 thema lente

Op deze pagina staan oefeningen voor kinderen om begrijpend lezen te trainen rondom het thema lente. Bij begrijpend lezen gaat het er niet alleen om dat een kind de woorden kan lezen, maar vooral dat het de inhoud doorgrondt: waar gaat de tekst over, wat wil de schrijver zeggen en welke informatie is hoofdzaak? In groep 7 wordt dit nog uitdagender: kinderen krijgen vaker zakelijke en informatieve teksten te lezen en leren hoofdzaken van bijzaken te onderscheiden. Ze oefenen met signaalwoorden, herkennen de opbouw van een tekst en trekken conclusies op basis van wat er niet letterlijk staat. Ook beoordelen ze steeds bewuster wat het doel van de schrijver is en of een tekst betrouwbaar lijkt. Door rond één thema te oefenen bouwen kinderen de specifieke woordenschat van dat onderwerp op. Hoe meer woorden en voorkennis ze opdoen, hoe makkelijker nieuwe teksten over hetzelfde thema te begrijpen zijn. Lente leent zich daar uitstekend voor: veel onderwerpen (bloeiende bloemen, dieren die jongen krijgen, langer wordende dagen) zien kinderen ook in hun eigen omgeving terug. Die herkenbaarheid maakt de teksten toegankelijker en het oefenen leuker. Liever op papier oefenen? Klik hier voor gratis werkbladen voor groep 7. Altijd op de hoogte blijven van ontwikkelingen en nieuw lesmateriaal? Volg dan onze Facebookpagina.

Begrijpend lezen groep 7 thema lente

Kies jouw groep en start met het oefenen van begrijpend lezen