Begrijpend lezen groep 7 – thema lente

Lente groep 7

Lees eerst het verhaal rustig door. Daarna beantwoord je een vraag over het verhaal. Weet je het antwoord niet zeker?
Lees het verhaal dan nog een keer. Succes!

✓ 0 ✗ 0
Een veulen in de wei Aan het einde van een lentewandeling met haar vader stond Femke stil bij een hek. In de wei stonden twee paarden. Naast het grote paard, een merrie, stond een veel kleiner paard op hoge, dunne poten. Het was pas een paar uur oud. Femke had nog nooit een veulen zo dichtbij gezien. Het veulen wankelde, viel bijna om en stond toen weer recht. Het hoofd zocht meteen naar de buik van de moeder om te drinken. Femkes vader vertelde dat een veulen al binnen een paar uur na zijn geboorte moet kunnen staan en lopen. Dat heeft te maken met de plek waar paarden vandaan komen. Wilde paarden leefden vroeger in open vlaktes met weinig schuilplaatsen. Roofdieren konden hen daar snel zien en aanvallen. Een veulen dat niet snel mee kon rennen met de kudde, overleefde de eerste week vaak niet. Femke keek nog lang. Het veulen kwam wankelend richting het hek, snuffelde aan haar uitgestoken hand en draafde toen alweer terug naar zijn moeder. 'Eigenlijk is hij nu al klaar voor de wereld,' zei haar vader. 'Verbazingwekkend, hè?' Femke knikte. 'Wij doen er jaren langer over.'
Wat is volgens de vader van Femke de oorspronkelijke reden dat een veulen al direct kan staan en lopen?
De biologieles bij de sloot Op een donderdag in april nam de juf van groep 7 de klas mee naar de sloot achter het schoolplein voor een buitenles. Iedereen had een potje meegenomen. Ze schepten water uit de sloot en keken wat erin zat. Mees zag meteen kleine zwarte stipjes bewegen. 'Kikkervisjes!' riep hij. De juf bevestigde het. Ze vertelde dat kikkers hun eieren in de lente in het water leggen en dat uit die eieren kikkervisjes komen. Ze bekeek ze onder een vergrootglas. De kikkervisjes hadden een ronde kop en een lange staart. Ze bewogen door het water door hun staart heen en weer te bewegen, net als vissen. De juf legde uit dat ze later pootjes zouden krijgen en dat de staart langzaam zou verdwijnen. Dit proces heet metamorfose, wat betekent: een volledige verandering van vorm. Uiteindelijk klimt de kikker het water uit en leeft hij op het land. Mees vond het bijna ongelooflijk dat zo'n klein stipje ooit een echte kikker zou worden.
Wat maakt de les volgens de tekst vooral bijzonder voor Mees?
Tuinkers op het keukenraam Op school had de juf elke leerling een schoteltje meegegeven met een laag vochtig keukenpapier en wat zaadjes erop. Het waren tuinkerszaadjes. 'In een week tijd hebben jullie kleine groene plantjes,' had ze beloofd. 'En je kunt ze opeten op een boterham.' Lies geloofde het niet helemaal en zette het schoteltje skeptisch op de vensterbank. De volgende ochtend zag ze al kleine witte puntjes uit de zaadjes komen. Op dag twee waren er groene draadjes. Op dag drie stonden er rechte stengeltjes met twee blaadjes. Lies controleerde elke ochtend voordat ze naar school ging. Haar broer keek over haar schouder mee. 'Belachelijk snel,' mompelde hij. Op zaterdag at de hele familie tuinkers op een boterham. Het smaakte een beetje pittig. De moeder van Lies zei dat tuinkers in vroegere tijden vooral werd gewaardeerd door arme mensen. 'Het was de eerste verse groente waar je in maart al van kon eten. Tuinkers heeft namelijk geen tuin of grond nodig. Een laagje keukenpapier op een vensterbank is genoeg.'
Waarom was tuinkers volgens de moeder van Lies in vroegere tijden vooral voor arme mensen waardevol?
Een picknick in het stadspark Op een zonovergoten zondag in mei pakte de familie Jacobs een tas vol eten en fietste naar het stadspark. Ze spreidde een kleed uit onder een boom met roze bloesem. Overal in het park lagen anderen hetzelfde te doen: gezinnen, vrienden, mensen met honden. Kinderen speelden frisbee op het gras. Een groep tieners had een Bluetooth-speaker meegenomen en er klonk zachtjes muziek. Tijdens het eten merkten ze van alles om zich heen. Een mus pikte kruimels van het kleed. Een eend met kuikens liep vlakbij. De bloesem van de boom waaide in zachte vlokjes neer. 'Het voelt een beetje als op vakantie,' zei de jongste dochter. Haar vader knikte. 'En we zijn gewoon thuis.' Na het eten speelden ze een potje kaarten en daarna lagen ze lui in het gras naar de wolken te kijken. Op de fiets terug zei iedereen dat ze dit vaker moesten doen. Het park was er altijd, maar je moest er wel naartoe gaan.
Wat is de hoofdgedachte van deze tekst?
De bij in de schooltuin Tijdens de pauze zag Noor een bij op de bloemen in de schooltuin. Ze boog zich er nieuwsgierig over heen. De bij kroop van bloem tot bloem en had gele klompjes aan zijn achterpoten. 'Wat zijn dat voor gele dingen?' vroeg ze aan de conciërge, die toevallig langskwam. Hij legde uit dat het stuifmeel was dat de bij had verzameld. Stuifmeel is een geel poeder dat in bloemen zit. Bijen nemen het mee als ze van bloem tot bloem vliegen. Na school zocht Noor op hoe dat precies werkte. Ze las dat bijen bloemen bestuiven: ze brengen stuifmeel van de ene bloem naar de andere. Daardoor kunnen planten vruchten en zaden maken. Zonder bijen zouden veel planten dus geen vruchten of zaden produceren. Ze las ook dat het slecht gaat met bijen in Nederland, omdat er steeds minder bloemen zijn in het landschap. Noor besloot haar moeder te vragen of ze bloemenzaadjes konden strooien in de tuin. 'Dan helpen we tenminste een beetje,' zei ze.
Lees het dikgedrukte woord. Wat betekent bestuiven in deze zin?
De boerenzwaluw De boerenzwaluw is een slanke vogel met een donkerblauwe rug en een rode keel. Zijn staart is gespleten, wat hem goed herkenbaar maakt. Boerenzwaluwen komen in april terug vanuit Afrika. Ze vliegen duizenden kilometers om hier te broeden. Ze kiezen voor stallen en schuren als nestplaats, niet voor bomen of struiken. Het nest wordt gebouwd van modder en gras, en geplakt aan een balk of muur. Boerenzwaluwen eten insecten die ze in de vlucht vangen. Ze zijn heel behendig in de lucht en kunnen snel van richting veranderen. Ze vliegen laag als er slecht weer aankomt, omdat insecten dan ook lager vliegen. Daarmee zijn ze een soort weersvoorspeller. Als je boerenzwaluwen laag ziet vliegen, is de kans groot dat het gaat regenen. In de zomer kweken ze twee of drie nestjes met jongen. In augustus en september vliegen ze weer terug naar Afrika.
Wat kun je voorspellen als je boerenzwaluwen laag ziet vliegen?
De lentekermis komt Drie weken voor de lentekermis kwam er een grote vrachtwagen het plein van Eli's dorp oprijden. Eli zag hem vanuit het raam. De vrachtwagen begon nog niet uit te laden. Hij stond gewoon stil op het plein. 'Wat doen ze nu?' vroeg Eli aan zijn opa, die ook stond te kijken. 'Ze wachten,' zei opa. 'De gemeente moet eerst het plein controleren.' Opa vertelde dat de kermisbouwers heel precies werken. Een draaimolen, een zweefmolen of een achtbaan weegt enorm veel. Als de grond niet stevig en vlak genoeg is, kunnen de stutten erin wegzakken zodra de attractie vol mensen zit. Daarom controleren mensen van de gemeente eerst of de ondergrond echt geschikt is voor zulke zware machines. Pas daarna mogen de kermisbouwers beginnen met opbouwen. Drie weken later liep Eli met zijn opa langs de geopende kermis. Hij keek nu anders naar de attracties. Hij dacht aan de stutten in de grond en het bouwen in de regen. 'Een beetje magisch blijft het wel,' zei opa. Eli knikte.
Waarom controleert de gemeente eerst de ondergrond voordat de kermisbouwers mogen beginnen?
Magnolia in bloei De magnolia is een boom of grote struik die in het voorjaar prachtig bloeit. De bloemen zijn groot en komen in allerlei kleuren: wit, roze en paars. Het bijzondere aan de magnolia is dat de bloemen al verschijnen voordat de bladeren uitkomen. De takken staan dan vol met grote kelkvormige bloemen. Een kelkvorm betekent dat de bloemblaadjes om elkaar heen staan, zoals een beker. De magnolia bloeit maar kort, soms maar een week of twee. Wind en regen kunnen de bloemen snel laten vallen. Als dat gebeurt, liggen de gevallen bloemblaadjes als een roze tapijt op de grond. Magnolia's komen oorspronkelijk uit Azië en Noord-Amerika. Ze zijn al miljoenen jaren oud als plantensoort. Tegenwoordig zie je ze veel in tuinen en parken in Nederland. Voor veel mensen is de bloeiende magnolia een teken dat de lente is begonnen.
Wat is bijzonder aan de magnolia vergeleken met andere bomen?
Grutto's in het polderlandschap De grutto is een grote steltloper die in het voorjaar in Nederlandse weilanden broedt. Een steltloper is een vogel met lange poten die goed is in lopen door ondiep water en modder. De grutto heeft een lange snavel en een roodbruine borst. Hij is de nationale vogel van Nederland. In de lente klinkt zijn roep luid over de polders: 'grutto, grutto'. De grutto legt zijn eieren in het gras van natte weilanden. Dat is gevaarlijk, want door het maaien van gras kunnen nesten worden vernietigd. Boeren en vogelbeschermers werken samen om de nesten te beschermen. Ze zorgen dat het gras niet te vroeg wordt gemaaid. Toch gaat het niet goed met de grutto in Nederland: er zijn steeds minder broedparen. Een broedpaar is een mannetje en vrouwtje dat samen eieren uitbroedt. De oorzaak is dat weilanden droger en intensiever worden gebruikt.
Waarom werken boeren en vogelbeschermers samen in de lente?
Waar het paasei vandaan komt Het paasei is een van de oudste tradities die we nog kennen. Lang voordat het christendom bestond, gebruikten mensen al eieren als symbool van nieuw leven. Het ei zag er van buiten dood uit, terwijl er vanbinnen iets levends groeide. Voor veel oude volken paste dat goed bij het voorjaar, het seizoen waarin de natuur opnieuw tot leven komt. Toen het christendom Europa bereikte, werd het ei verbonden met Pasen. Christenen mochten in de vastentijd, de weken vóór Pasen, geen eieren eten. Maar de kippen bleven natuurlijk gewoon leggen. Daardoor was er met Pasen een grote voorraad eieren over. Die werden gekookt, geschilderd en als cadeau weggegeven. Vooral rood geschilderde eieren waren populair: het was de kleur van bloed en daarmee een teken van nieuw leven. Het chocolade-ei is van veel later. Pas rond 1875 ontdekten Franse en Duitse chocolademakers hoe je chocolade in een mal kon gieten en hol kon laten worden. Sindsdien zijn chocolade-eieren niet meer weg te denken uit het paasontbijt.
Welk verband legt de tekst tussen de vroege christelijke vastentijd en het ontstaan van het paasei als cadeau?
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Advertentie

Oefenen met begrijpend lezen voor groep 7 thema lente

Op deze pagina staan oefeningen voor kinderen om begrijpend lezen te trainen rondom het thema lente. Bij begrijpend lezen gaat het er niet alleen om dat een kind de woorden kan lezen, maar vooral dat het de inhoud doorgrondt: waar gaat de tekst over, wat wil de schrijver zeggen en welke informatie is hoofdzaak? In groep 7 wordt dit nog uitdagender: kinderen krijgen vaker zakelijke en informatieve teksten te lezen en leren hoofdzaken van bijzaken te onderscheiden. Ze oefenen met signaalwoorden, herkennen de opbouw van een tekst en trekken conclusies op basis van wat er niet letterlijk staat. Ook beoordelen ze steeds bewuster wat het doel van de schrijver is en of een tekst betrouwbaar lijkt. Door rond één thema te oefenen bouwen kinderen de specifieke woordenschat van dat onderwerp op. Hoe meer woorden en voorkennis ze opdoen, hoe makkelijker nieuwe teksten over hetzelfde thema te begrijpen zijn. Lente leent zich daar uitstekend voor: veel onderwerpen (bloeiende bloemen, dieren die jongen krijgen, langer wordende dagen) zien kinderen ook in hun eigen omgeving terug. Die herkenbaarheid maakt de teksten toegankelijker en het oefenen leuker. Liever op papier oefenen? Klik hier voor gratis werkbladen voor groep 7. Altijd op de hoogte blijven van ontwikkelingen en nieuw lesmateriaal? Volg dan onze Facebookpagina.

Begrijpend lezen groep 7 thema lente

Kies jouw groep en start met het oefenen van begrijpend lezen