Begrijpend lezen oefenen – groep 4

Groep 4

Lees eerst het verhaal rustig door. Daarna beantwoord je een vraag over het verhaal. Weet je het antwoord niet zeker?
Lees het verhaal dan nog een keer. Succes!

✓ 0 ✗ 0
De dierentuin In de dierentuin wonen veel dieren. Er zijn grote en kleine dieren. De olifanten spuiten water met hun slurf. De apen klimmen in de bomen. Er is ook een groot verblijf voor de leeuwen. Soms brullen ze heel hard. Kinderen kijken graag naar de pinguΓ―ns. Die waggelen over het land en zwemmen in het water. Je kunt in de dierentuin ook iets eten. Het is een leuke plek voor een dagje uit.
Wat weet je nu van de dierentuin? Kies vier dingen die in de tekst staan.
Waarom moet je je kamer luchten? In een kamer zit frisse lucht. Maar die wordt snel vies. Dan ruikt het niet lekker. En krijg je hoofdpijn. Zet daarom een raam open. Zo komt er schone lucht binnen. Dat is goed voor je gezondheid. Je kunt beter ademen. En beter nadenken. Sluit het raam als het koud is. Lucht elke dag je kamer. Zo blijft de lucht fris!
Waarom is het goed om je kamer te luchten?
Honden zijn trouwe dieren. Ze zijn vaak de beste vriend van de mens. Honden kunnen goed luisteren en zijn soms heel slim. Ze houden ervan om buiten te spelen en rennen. Sommige honden helpen door bijvoorbeeld blinde mensen te begeleiden. Honden kunnen dingen ruiken die wij niet kunnen ruiken.
Waar gaat het in deze tekst vooral over?
Spijt Sara leent de bal van haar vriend Adam. Ze belooft voorzichtig te zijn. In het park trapt Sara de bal per ongeluk in de vijver. Adam kijkt boos en Sara voelt zich verdrietig. Ze zegt meteen sorry tegen Adam. Samen proberen ze de bal uit het water te halen. Met een stok lukt het om de bal terug te krijgen. De bal is nat, maar nog heel. Sara belooft om de volgende keer beter op te letten. Adam vergeeft haar en ze spelen verder. Aan het eind van de dag zegt Sara nog een keer sorry. Adam lacht en zegt dat het goed is.
Welke zin is niet waar?
Een dag in het park Lisa gaat met haar broer naar het park. Ze nemen een bal mee om te spelen. In het park rennen ze over het gras. Lisa gooit de bal en haar broer vangt hem. Daarna gaan ze op de schommel zitten. Ze zwaaien naar hun moeder, die op een bankje zit. Na een tijdje krijgen ze dorst en drinken water. Als het begint te regenen, rennen ze naar huis.
Welke zin is niet waar?
Saar heeft voor haar verjaardag een nieuwe fiets gekregen. Ze fietst nu elke dag naar school en is veel (1) dan toen ze liep.
Wat past het best op plaats (1)?
Het bos In het bos staan hoge bomen. Op de grond liggen takken en bladeren. Soms zie je een eekhoorn in de boom klimmen. Vogels fluiten tussen de takken. In de herfst worden de bladeren bruin en geel. Er lopen mensen op de paden. Sommige mensen nemen hun hond mee. In het bos groeit ook mos op de stenen. Het ruikt er fris en naar hout. Het bos is een fijne plek om te wandelen.
Wat weet je nu van het bos? Kies vier dingen die in de tekst staan.
Paarden zijn snelle dieren. Ze hebben sterke benen. Mensen rijden vaak op paarden. Paarden eten gras en hooi. In de winter krijgen ze een warme stal. Als het koud is, vinden ze dat fijn.
Lees het dikgedrukte woord. Wie of wat wordt bedoeld met ze?
De supermarkt In de supermarkt kun je boodschappen doen. Er zijn schappen met brood, melk en groente. Mensen lopen met een winkelwagentje door de winkel. Sommige klanten pakken een mandje. Bij de kassa rekenen ze hun spullen af. Soms staat er een lange rij. Er zijn ook zelfscankassa’s. Daar kunnen mensen zelf hun boodschappen scannen. In de supermarkt werken vakkenvullers. Zij zetten nieuwe producten in de schappen.
Wat weet je nu van de supermarkt? Kies vier dingen die in de tekst staan.
Tim had zijn voetbalwedstrijd verloren. Hij liep langzaam naar huis. Zijn team had hard gewerkt, maar het was niet genoeg. Toen hij thuiskwam, zag hij zijn prijzen op de plank staan. Hij dacht aan de keren dat hij had gewonnen. Tim zuchtte en keek naar de grond. Zijn moeder kwam binnen en gaf hem een knuffel. Hij voelde zich een beetje beter, maar de teleurstelling bleef.
Hoe denk je dat Tim zich voelde toen hij naar zijn prijzen keek?
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Advertentie

Waarom is begrijpend lezen belangrijk voor kinderen uit groep 4?

Begrijpend lezen is in groep 4 een belangrijke vaardigheid voor alle schoolvakken. Kinderen leren niet alleen woorden lezen, maar ook informatie uit teksten halen om nieuwe dingen te begrijpen. Veel oefenen maakt hen zelfverzekerder en zorgt ervoor dat ze lezen steeds leuker gaan vinden. Kinderen die goed begrijpend kunnen lezen, hebben daar ook bij andere vakken profijt van. Bij rekenen bijvoorbeeld moeten ze verhaaltjessommen eerst goed lezen en begrijpen voordat ze kunnen rekenen. Ook de tafels komen in groep 4 aan bod. Kinderen beginnen met de tafels die een herkenbaar patroon hebben: de tafel van 1, de tafel van 2, de tafel van 5 en de tafel van 10. Daarna volgen de tafel van 3 en de tafel van 4. Op MijnTafeldiploma kunnen ze elke tafel apart oefenen. Met het tafeldiploma brons laten kinderen zien dat ze de basis beheersen. Wie klaar is voor meer, kan ook het tafeldiploma zilver of tafeldiploma goud proberen.

Begrijpend lezen groep 4

Kies jouw groep en start met oefenen