Begrijpend lezen groep 5 – thema lente

Lente groep 5

Lees eerst het verhaal rustig door. Daarna beantwoord je een vraag over het verhaal. Weet je het antwoord niet zeker?
Lees het verhaal dan nog een keer. Succes!

✓ 0 ✗ 0
De moestuin Sofie en Daan liepen na school naar de moestuin. In de lente mochten ze daar weer helpen, want er moest veel gebeuren. Sofie pakte een klein schepje en maakte de aarde los. Daan haalde steentjes weg en maakte rechte rijtjes in de grond. Daarna legden ze voorzichtig zaadjes in de gaatjes en deden er een dun laagje aarde overheen. 'Nu nog water,' zei Sofie, en ze vulde de gieter bij de kraan.
Lees het dikgedrukte woord. Wie of wat wordt bedoeld met ze?
Kikkers naar de vijver In de lente gaan veel kikkers op pad naar een vijver. Daar leggen ze eitjes in het water. Die eitjes lijken op doorzichtige bolletjes met een zwart puntje. Na een tijdje komen er kleine kikkervisjes uit. Die zwemmen rond en eten kleine stukjes planten. Later krijgen ze pootjes en worden het echte kikkers. Daarom hoor je in de lente vaak kikkers bij het water.
Welke titel past het best bij deze tekst?
Wandelen in de lente In de lente is het vaker warm. Neem een flesje water mee en doe fijne schoenen aan. Loop op het pad en kijk goed waar je loopt. Dan kun je veilig wandelen. Je ziet in de lente veel nieuwe blaadjes. Ook bloeien er bloemen. Soms hoor je vogels zingen. Buiten zijn is dan leuk.
Lees het dikgedrukte stuk. Wat doet de schrijver in dit stuk?
Egels worden wakker In maart wordt het 's nachts minder koud, maar het kan nog wel vriezen. In een tuin onder een stapel bladeren ligt een egel in zijn winterslaap. Hij heeft maandenlang bijna niets gegeten, dus zijn lichaam is lichter geworden. Op een avond ruikt de egel nat gras en aarde. Hij steekt zijn neus naar buiten en luistert naar druppels die op de bladeren tikken. Voorzichtig schuifelt hij naar een open stukje tuin. Daar zoekt hij naar slakken, wormen en insecten die weer te vinden zijn. Onder een steen vindt de egel een dikke worm en hij eet hem langzaam op. Daarna drinkt hij uit een plasje dat in een kuil is blijven staan. Als de temperatuur later weer daalt, kruipt de egel terug in zijn nest. De volgende avond komt hij opnieuw even kijken en elke keer blijft hij iets langer buiten.
Waarom kruipt de egel soms weer terug in zijn nest, ook al is het lente?
Een nest in de lente In de lente zoeken vogels een veilige plek voor een nest. Ze kiezen vaak een haag, een struik of een boom. Dan verzamelen ze takjes, droog gras en kleine stukjes mos. Soms nemen ze ook veertjes of zachte pluisjes mee. Ze blijven heen en weer vliegen tot het nest stevig is. Het nest moet goed passen tussen de takken, zodat het niet valt. Als het nest klaar is, legt de vogel eieren. De moeder blijft vaak op de eieren zitten om ze warm te houden. Na een tijdje komen de kuikens uit het ei. Ze zijn klein en hebben nog geen veren. De ouders zoeken dan eten, zoals wormpjes en insecten. Ze brengen het naar het nest en passen goed op. Zo groeien de kuikens elke dag een beetje.
Lees het dikgedrukte stuk. Waar gaat dit stuk vooral over?
Een nest Sofie loopt na school langs een haag en ziet een klein vogeltje heen en weer vliegen. Het vogeltje heeft een sprietje in zijn snavel en verdwijnt tussen de takken. Even later komt het vogeltje terug met een veertje. Sofie blijft stil staan en kijkt vanaf het pad. Ze snapt dat er een nest wordt gebouwd. Sofie wil dichterbij lopen om beter te zien waar het nest zit, maar ze herinnert zich wat haar vader zei: vogels kunnen stoppen met bouwen als ze zich niet veilig voelen. Sofie gaat op afstand zitten en doet net alsof ze haar veters strikt. Zo kan ze toch kijken zonder op te vallen. Ze ziet ook een tweede vogeltje met mos aankomen. Samen duwen ze het materiaal stevig tussen de takken. Sofie loopt pas weer weg als de vogels een tijdje rustig blijven doorwerken.
Wat doet Sofie vooral om de vogels niet te laten schrikken?
Fruitwater met komkommer Op een zonnige lentedag is een frisse drank lekker. Pak een kan en vul die met koud water. Was een halve komkommer en snijd hem in dunne plakjes. Doe de plakjes in de kan. Snijd een halve citroen in partjes en voeg die toe. Was een handje aardbeien en snijd ze doormidden. Doe ook de aardbeien erbij. Kneus twee takjes munt met de achterkant van een lepel, zodat je de geur meteen ruikt. Roer alles rustig door elkaar. Zet de kan minstens tien minuten in de koelkast, zodat de smaken kunnen mengen. Schenk het water in glazen en proef. Vind je het nog te licht van smaak, dan kun je het langer laten staan.
Waarom zet je de kan een tijdje in de koelkast voordat je het drinkt?
De mierenhoop In de lente zie je mieren weer vaker lopen. Soms zie je een hele rij mieren over een stoep. Ze dragen kleine stukjes eten mee. Mieren leven samen in een grote groep. Onder de grond hebben ze gangen en kamers. Daarin wonen ze met heel veel. Mieren werken samen om eten naar de hoop te brengen. Een mier kan niet alles alleen dragen. Daarom lopen ze vaak achter elkaar aan. Zo weten ze ook welke route ze moeten nemen. Als er genoeg eten is, kan de groep goed blijven groeien.
Waarom lopen mieren vaak achter elkaar aan?
Lammetjes In de lente zie je vaak jonge dieren in de wei. Bij schapen zijn dat lammetjes. Ze rennen achter elkaar aan en springen soms hoog. Lammetjes zijn nog klein en hebben zachte vacht. Vaak blijven ze dicht bij hun moeder. Als er gevaar is, zoeken ze snel een veilige plek. Lammetjes moeten veel leren in hun eerste weken. Ze drinken melk bij hun moeder om te groeien. Ook leren ze grazen door naar de andere schapen te kijken. Na een tijdje eten ze steeds meer gras. De boer houdt ze goed in de gaten en zorgt dat ze gezond blijven. Zo worden lammetjes langzaam sterke schapen.
Lees het dikgedrukte stuk. Waar gaat dit stuk vooral over?
In de lente komen er veel slakken tevoorschijn. Als het 's nachts nat is geweest, zie je ze in de ochtend op stoepen en in tuinen. Slakken houden van vocht, want dan drogen ze niet uit. Ze eten blaadjes en zachte plantjes. Soms laten ze een glimmend spoor achter. Dat spoor is slijm en helpt hen om te glijden. Daarom kun je slakken goed herkennen.
Welke titel past het best bij deze tekst?
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Advertentie

Oefenen met begrijpend lezen voor groep 5 thema lente

Op deze pagina vinden kinderen leerzame oefeningen voor begrijpend lezen rond het thema lente. Bij begrijpend lezen draait het erom dat een kind snapt waar een tekst over gaat en welke informatie belangrijk is om te onthouden. In groep 5 zetten kinderen daarin flinke stappen: ze gaan van korte verhaaltjes naar iets langere teksten en leren om eerst goed naar de titel, plaatjes en kopjes te kijken. Door vaker teksten over hetzelfde onderwerp te lezen, breidt de woordenschat van een kind als vanzelf uit. Bekende woorden komen terug en nieuwe woorden krijgen betekenis door de context, waardoor een volgende tekst over hetzelfde thema meteen makkelijker leest. Het thema lente past daar perfect bij, want kinderen zien de veranderingen letterlijk om zich heen gebeuren: knoppen komen aan de bomen, lammetjes huppelen in de wei en de zon blijft 's avonds langer schijnen. Die herkenning helpt enorm bij het lezen, omdat kinderen kunnen terugvallen op wat ze al weten uit hun eigen leven. Bovendien wordt oefenen zo een stuk gezelliger, want lezen over iets vertrouwds voelt veilig en uitnodigend. Liever op papier oefenen? Klik hier voor gratis werkbladen voor groep 5. Wil je niets missen van nieuwe lesideeën en oefenmateriaal? Volg ons dan op onze Facebookpagina.

Begrijpend lezen groep 5 thema lente

Kies jouw groep en start met het oefenen van begrijpend lezen