Begrijpend lezen groep 5 – thema lente

Lente groep 5

Lees eerst het verhaal rustig door. Daarna beantwoord je een vraag over het verhaal. Weet je het antwoord niet zeker?
Lees het verhaal dan nog een keer. Succes!

✓ 0 ✗ 0
Konijnen Konijnen zijn lieve dieren. Ze hebben een zachte vacht en lange oren. Konijnen wonen vaak in holen onder de grond. Ze eten graag gras, wortels en groenten. Konijnen kunnen goed springen en zijn heel snel! Konijnen hebben grote (1) die altijd groeien, dus knagen ze aan takjes om ze kort te houden. Konijnen worden vaak gekozen als huisdier, omdat ze zo lief en knuffelbaar zijn. Vergeet niet om goed voor ze te zorgen!
Wat past het best op plaats (1)?
Zomertijd In de lente gebeurt er iets met de klok. Op een dag wordt de tijd een uur vooruit gezet. Dat heet de zomertijd. Veel mensen vinden het eerst even wennen. Je moet dan vroeger opstaan dan je gewend bent, maar 's avonds blijft het langer licht. Door de zomertijd heb je meer licht in de avond. Daardoor kunnen mensen na school of werk nog buiten spelen of wandelen. Toch zijn sommige mensen de eerste dagen moe. Hun lichaam moet wennen aan de nieuwe tijd. Na een paar dagen gaat dat vaak beter.
Wat is een gevolg van de zomertijd?
De knop aan de boom In de lente zie je knoppen aan bomen. In zo'n knop zitten al kleine blaadjes verstopt. Om de blaadjes te laten groeien, gaat de knop open als het warmer wordt.
Deze tekst is nog niet af. Waar zal de rest van de tekst over gaan?
Fruitwater met komkommer Op een zonnige lentedag is een frisse drank lekker. Pak een kan en vul die met koud water. Was een halve komkommer en snijd hem in dunne plakjes. Doe de plakjes in de kan. Snijd een halve citroen in partjes en voeg die toe. Was een handje aardbeien en snijd ze doormidden. Doe ook de aardbeien erbij. Kneus twee takjes munt met de achterkant van een lepel, zodat je de geur meteen ruikt. Roer alles rustig door elkaar. Zet de kan minstens tien minuten in de koelkast, zodat de smaken kunnen mengen. Schenk het water in glazen en proef. Vind je het nog te licht van smaak, dan kun je het langer laten staan.
Waarom zet je de kan een tijdje in de koelkast voordat je het drinkt?
Lammetjes In de lente zie je vaak jonge dieren in de wei. Bij schapen zijn dat lammetjes. Ze rennen achter elkaar aan en springen soms hoog. Lammetjes zijn nog klein en hebben zachte vacht. Vaak blijven ze dicht bij hun moeder. Als er gevaar is, zoeken ze snel een veilige plek. Lammetjes moeten veel leren in hun eerste weken. Ze drinken melk bij hun moeder om te groeien. Ook leren ze grazen door naar de andere schapen te kijken. Na een tijdje eten ze steeds meer gras. De boer houdt ze goed in de gaten en zorgt dat ze gezond blijven. Zo worden lammetjes langzaam sterke schapen.
Lees het dikgedrukte stuk. Waar gaat dit stuk vooral over?
Lammetjes in de wei In de lente worden op veel boerderijen lammetjes geboren. Noor gaat met haar opa kijken in de wei achter de stal. Ze ziet een schaap met een klein lam ernaast. Het lam staat wankel, alsof zijn poten nog moeten wennen. Even later zoekt het lam de moeder op en probeert te drinken. Opa zegt dat lammetjes snel moeten drinken om sterk te worden. Verderop rennen twee lammetjes achter elkaar aan en maken kleine sprongen. Noor wil graag dichterbij om ze te aaien, maar opa wijst naar het hek. 'Kijk maar met je ogen,' zegt hij, 'want dieren schrikken sneller dan je denkt.' Noor blijft staan en ziet hoe de moeder het lam af en toe met haar neus terugduwt naar een rustige plek. Dan begrijpt Noor dat spelen leuk is, maar dat rust ook belangrijk is.
Waarom wil opa dat Noor achter het hek blijft?
Kikkerdril en kikkervisjes In de lente hoor je bij sloten vaak gekwaak. Dat zijn kikkers die elkaar roepen, vooral in de avond. In de winter hebben veel kikkers zich verstopt in modder of onder bladeren. Daar is het minder koud. Als het warmer wordt, gaan ze terug naar het water. Daar leggen ze eitjes die samen in doorzichtige klompjes zitten. Dat noemen we kikkerdril. In het begin zie je in elk eitje een donker stipje. Na een tijdje komt er een kikkervisje uit. Kikkervisjes zwemmen eerst vooral rond en eten kleine stukjes plant. Later krijgen ze pootjes en verandert ook hun staart. Het lijkt alsof ze elke week een beetje meer op een kikker gaan lijken. Pas als de staart bijna weg is, kunnen ze goed op het land leven.
Welke samenvatting past het best bij de tekst?
Fruitsalade Ingredienten: - 1 appel - 1 banaan - 1 handje aardbeien - 1 handje blauwe bessen - eetlepel yoghurt - honing Bereidingswijze: Was de aardbeien en haal de kroontjes eraf. Snijd de aardbeien in stukjes. Schil de appel en snijd hem in blokjes. Pel de banaan en snijd hem in plakjes. Doe al het fruit in een kom en voeg de blauwe bessen toe. Schep de yoghurt en de honing erbij. Roer alles voorzichtig door elkaar.
Waar kun je deze tekst vinden?
Zaadjes zaaien In de lente zie je soms dat er ineens veel kleine plantjes opkomen in een bakje bij het raam. Dat gebeurt als je zelf zaadjes hebt gezaaid. Eerst vul je een bakje met potgrond. Daarna maak je de grond een beetje nat. Dan strooi je de zaadjes erop en bedek je ze met een dun laagje aarde. Daarna zet je het bakje op een lichte plek. Om te zorgen dat de grond niet uitdroogt, dek je het bakje af met (1). Dat is een dun, doorzichtig vel. Je kunt er nog doorheen kijken, maar het houdt de warmte en het vocht beter vast.
Wat past het best op plaats (1)?
De rups In de lente zie je soms rupsen op bladeren. Rupsen eten veel zodat ze kunnen groeien. Om te veranderen in een vlinder, maakt de rups eerst een pop om zichzelf heen.
Deze tekst is nog niet af. Waar zal de rest van de tekst over gaan?
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Advertentie

Oefenen met begrijpend lezen voor groep 5 thema lente

Op deze pagina vinden kinderen leerzame oefeningen voor begrijpend lezen rond het thema lente. Bij begrijpend lezen draait het erom dat een kind snapt waar een tekst over gaat en welke informatie belangrijk is om te onthouden. In groep 5 zetten kinderen daarin flinke stappen: ze gaan van korte verhaaltjes naar iets langere teksten en leren om eerst goed naar de titel, plaatjes en kopjes te kijken. Door vaker teksten over hetzelfde onderwerp te lezen, breidt de woordenschat van een kind als vanzelf uit. Bekende woorden komen terug en nieuwe woorden krijgen betekenis door de context, waardoor een volgende tekst over hetzelfde thema meteen makkelijker leest. Het thema lente past daar perfect bij, want kinderen zien de veranderingen letterlijk om zich heen gebeuren: knoppen komen aan de bomen, lammetjes huppelen in de wei en de zon blijft 's avonds langer schijnen. Die herkenning helpt enorm bij het lezen, omdat kinderen kunnen terugvallen op wat ze al weten uit hun eigen leven. Bovendien wordt oefenen zo een stuk gezelliger, want lezen over iets vertrouwds voelt veilig en uitnodigend. Liever op papier oefenen? Klik hier voor gratis werkbladen voor groep 5. Wil je niets missen van nieuwe lesideeën en oefenmateriaal? Volg ons dan op onze Facebookpagina.

Begrijpend lezen groep 5 thema lente

Kies jouw groep en start met het oefenen van begrijpend lezen