Begrijpend lezen groep 5 – thema lente

Lente groep 5

Lees eerst het verhaal rustig door. Daarna beantwoord je een vraag over het verhaal. Weet je het antwoord niet zeker?
Lees het verhaal dan nog een keer. Succes!

✓ 0 ✗ 0
Sproeien in de tuin In de lente willen veel mensen dat hun gras weer groen wordt. Soms is het een tijdje droog. Dan blijft het gras geel en hard. Bloemen gaan hangen. Mensen pakken dan een tuinslang of een gieter. Ze geven water aan planten en gras. Als je in de avond sproeit, verdampt het water minder snel. Overdag kan de zon het water snel laten verdwijnen. In de avond blijft het water langer in de grond. Daardoor krijgen planten meer tijd om het op te nemen. Zo help je je tuin beter.
Waarom is sproeien in de avond handig?
De knop aan de boom In de lente zie je knoppen aan bomen. In zo'n knop zitten al kleine blaadjes verstopt. Om de blaadjes te laten groeien, gaat de knop open als het warmer wordt.
Deze tekst is nog niet af. Waar zal de rest van de tekst over gaan?
Jonge eendjes In de lente zie je vaak jonge eendjes in de sloot. Ze zwemmen dicht bij hun moeder. De eendjes hebben zachte gele veertjes en ze piepen veel. Hun moeder let goed op ze en houdt ze bij elkaar. Als er gevaar is, zwemmen de eendjes snel achter haar aan. Eendjes hebben een platte (1) waarmee ze goed kunnen eten en kleine diertjes uit het water kunnen pakken. In de lente is het extra leuk om ze te zien.
Wat past het best op plaats (1)?
Kikkers In de lente hoor je kikkers bij de sloot. Je ziet soms kikkerdril in het water. Pas op en ga niet te dicht bij de rand staan, want je kunt uitglijden. Blijf op het pad en kijk vanaf daar. Dan is het veilig. Uit kikkerdril komen kikkervisjes. Die zwemmen eerst rond met een staart. Later krijgen ze pootjes. Zo worden het echte kikkers.
Lees het dikgedrukte stuk. Wat doet de schrijver in dit stuk?
De mierenhoop In de lente zie je mieren weer vaker lopen. Soms zie je een hele rij mieren over een stoep. Ze dragen kleine stukjes eten mee. Mieren leven samen in een grote groep. Onder de grond hebben ze gangen en kamers. Daarin wonen ze met heel veel. Mieren werken samen om eten naar de hoop te brengen. Een mier kan niet alles alleen dragen. Daarom lopen ze vaak achter elkaar aan. Zo weten ze ook welke route ze moeten nemen. Als er genoeg eten is, kan de groep goed blijven groeien.
Waarom lopen mieren vaak achter elkaar aan?
Konijnen Konijnen zijn lieve dieren. Ze hebben een zachte vacht en lange oren. Konijnen wonen vaak in holen onder de grond. Ze eten graag gras, wortels en groenten. Konijnen kunnen goed springen en zijn heel snel! Konijnen hebben grote (1) die altijd groeien, dus knagen ze aan takjes om ze kort te houden. Konijnen worden vaak gekozen als huisdier, omdat ze zo lief en knuffelbaar zijn. Vergeet niet om goed voor ze te zorgen!
Wat past het best op plaats (1)?
Egels worden wakker In maart wordt het 's nachts minder koud, maar het kan nog wel vriezen. In een tuin onder een stapel bladeren ligt een egel in zijn winterslaap. Hij heeft maandenlang bijna niets gegeten, dus zijn lichaam is lichter geworden. Op een avond ruikt de egel nat gras en aarde. Hij steekt zijn neus naar buiten en luistert naar druppels die op de bladeren tikken. Voorzichtig schuifelt hij naar een open stukje tuin. Daar zoekt hij naar slakken, wormen en insecten die weer te vinden zijn. Onder een steen vindt de egel een dikke worm en hij eet hem langzaam op. Daarna drinkt hij uit een plasje dat in een kuil is blijven staan. Als de temperatuur later weer daalt, kruipt de egel terug in zijn nest. De volgende avond komt hij opnieuw even kijken en elke keer blijft hij iets langer buiten.
Waarom kruipt de egel soms weer terug in zijn nest, ook al is het lente?
Lammetjes In de lente zie je vaak jonge dieren in de wei. Bij schapen zijn dat lammetjes. Ze rennen achter elkaar aan en springen soms hoog. Lammetjes zijn nog klein en hebben zachte vacht. Vaak blijven ze dicht bij hun moeder. Als er gevaar is, zoeken ze snel een veilige plek. Lammetjes moeten veel leren in hun eerste weken. Ze drinken melk bij hun moeder om te groeien. Ook leren ze grazen door naar de andere schapen te kijken. Na een tijdje eten ze steeds meer gras. De boer houdt ze goed in de gaten en zorgt dat ze gezond blijven. Zo worden lammetjes langzaam sterke schapen.
Lees het dikgedrukte stuk. Waar gaat dit stuk vooral over?
Zaadjes in de aarde In de lente gaan veel mensen zaaien. Ze stoppen zaadjes in de aarde. Daarna geven ze water. Na een paar dagen zie je een klein groen puntje. Een zaadje heeft water en warmte nodig om te groeien. Zonder water blijft het zaadje stil in de grond. Met zon en water kan het plantje groter worden.
Welke twee dingen heeft een zaadje nodig om te kunnen groeien?
Bloemen drogen In de lente gaan veel mensen op zoek naar bloemen in de natuur. Soms zie je in het gras een madeliefje of een boterbloem. Als je bloemen niet wilt plukken, kun je ze ook bewaren op papier. Dat heet bloemen drogen. Eerst zoek je een paar mooie bloemen uit. Daarna leg je ze tussen twee vellen keukenpapier. Dan doe je alles tussen een (1) en klap je het dicht. Nu moet je even wachten. Het boek drukt de bloemen plat en haalt het vocht eruit. Na een paar dagen zijn de bloemen droog en blijven ze langer mooi.
Wat past het best op plaats (1)?
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Advertentie

Oefenen met begrijpend lezen voor groep 5 thema lente

Op deze pagina vinden kinderen leerzame oefeningen voor begrijpend lezen rond het thema lente. Bij begrijpend lezen draait het erom dat een kind snapt waar een tekst over gaat en welke informatie belangrijk is om te onthouden. In groep 5 zetten kinderen daarin flinke stappen: ze gaan van korte verhaaltjes naar iets langere teksten en leren om eerst goed naar de titel, plaatjes en kopjes te kijken. Door vaker teksten over hetzelfde onderwerp te lezen, breidt de woordenschat van een kind als vanzelf uit. Bekende woorden komen terug en nieuwe woorden krijgen betekenis door de context, waardoor een volgende tekst over hetzelfde thema meteen makkelijker leest. Het thema lente past daar perfect bij, want kinderen zien de veranderingen letterlijk om zich heen gebeuren: knoppen komen aan de bomen, lammetjes huppelen in de wei en de zon blijft 's avonds langer schijnen. Die herkenning helpt enorm bij het lezen, omdat kinderen kunnen terugvallen op wat ze al weten uit hun eigen leven. Bovendien wordt oefenen zo een stuk gezelliger, want lezen over iets vertrouwds voelt veilig en uitnodigend. Liever op papier oefenen? Klik hier voor gratis werkbladen voor groep 5. Wil je niets missen van nieuwe lesideeën en oefenmateriaal? Volg ons dan op onze Facebookpagina.

Begrijpend lezen groep 5 thema lente

Kies jouw groep en start met het oefenen van begrijpend lezen