Begrijpend lezen groep 5 – thema winter

Begrijpend lezen groep thema winter

Winter groep 5

Heb jij ook wel eens koude voeten als het buiten sneeuwt of vriest? Dat is niet fijn! Daarom hebben wij iets nieuws bedacht: warme wintersokken.

Onze wintersokken zorgen ervoor dat jouw voeten altijd lekker warm blijven. Ze zijn zacht van binnen en rekken goed mee met je voeten. Zo kun jij gewoon buiten spelen, rennen en springen, zonder koude voeten. De sokken zijn er in vrolijke kleuren zoals geel, paars of oranje.

Wil jij ook warme voeten deze winter? Probeer dan onze nieuwe wintersokken en speel elke dag buiten zonder koude voeten!

 


 

Wat is het belangrijkste van deze tekst?

 

Speurtocht met zaklamp

In de winter wordt het vroeg donker. In de buurt is een speurtocht. Kaan doet mee met zijn zus. Ze krijgen een kaart met pijlen. Op elke plek staat een letter. Kaan heeft een zaklamp mee. Hij schijnt op de pijlen op de muur. Soms zijn de pijlen bijna weg. Dan zoekt hij extra goed. Bij de speeltuin vinden ze de letter S. Bij de brug vinden ze de letter E. Ze schrijven de letters op een briefje. Aan het einde vormen ze een woord. Het woord is “SNEEUW”. Kaan voelt zich trots.

 


 

Waarvoor gebruikt Kaan vooral zijn zaklamp?

 

Sneeuwengel

Het is winter en het sneeuwt. Lotte loopt de tuin in. De sneeuw ligt dik op het gras. Lotte gaat liggen op haar rug. Ze spreidt haar armen wijd. Ze beweegt haar armen op en neer. Ze beweegt haar benen heen en weer. De sneeuw kriebelt in haar nek. Haar broer kijkt lachend toe. Lotte staat voorzichtig op, want in de sneeuw staat een grote afdruk. Het lijkt op twee vleugels. Lotte noemt het een sneeuwengel. Ze maakt er nog één naast. Daarna rent ze naar binnen.

 


 

Waarom staat Lotte voorzichtig op?

 

De kapotte slee

Bo gaat sleeën in het park. Zijn slee is oud maar nog goed. Op de heuvel ligt veel sneeuw. Bo glijdt snel naar beneden. Onderaan botst de slee tegen een steen. Bo schrikt en stopt meteen. Het touw aan de voorkant is los. Bo wil niet naar huis. Hij roept zijn tante die erbij is. Zijn tante kijkt naar het touw en haalt sterke tape uit haar tas. Ze plakt het touw stevig vast. Bo trekt eraan om te testen. Het touw blijft nu zitten. Bo kan weer veilig verder sleeën.

 


 

Hoe wordt het probleem met het touw opgelost?

 

Vogelvoer in de tuin

Buiten ligt er sneeuw in de tuin. Sara hangt haar jas aan de kapstok. Ze ziet door het raam een merel. De merel zoekt eten onder een struik. Maar de grond is hard van de kou. Sara pakt een zak vogelzaad. Ze strooit wat zaad op een plank. Daarna pakt ze een vetbol. Ze hangt de vetbol hoog in de boom. Onder de boom loopt een kat. De kat kijkt naar de vogels. Sara blijft even wachten bij het raam. Even later komen er twee meesjes. Ze pikken snel en vliegen weg. Sara glimlacht, want ze heeft geholpen.

 


 

Waarom is het handig dat de vetbol hoog hangt?

 

Soep op het vuur

Buiten is het koud en nat. Mees komt binnen met rode wangen. Hij schudt sneeuw van zijn mouwen. In de keuken ruikt het naar soep. Oma staat bij het fornuis. Er staat een pan op het vuur. In de pan zit groentesoep. Er komen kleine belletjes omhoog. Oma zegt dat de soep zacht pruttelt. Mees kijkt nieuwsgierig in de pan. Hij ziet stukjes wortel en prei. Oma roert met een lepel. Ze zet de deksel op de pan zodat het warm blijft. Mees zet twee borden klaar op tafel. Even later eten ze samen en Mees voelt zich warm.

 


 

Wat betekent pruttelt?

 

Een gladde stoep

Het is winter en het heeft gesneeuwd. De stoep voor het huis is glad. Noor kijkt uit het raam en ziet glans op de stenen. Ze weet dat dat ijs kan zijn. Noor pakt een emmer uit de schuur. Ze schept strooizout in de emmer. Daarna loopt ze voorzichtig naar buiten. Ze strooit zout op het tuinpad. Ook strooit ze zout bij de voordeur. Haar broer Sem komt naar buiten. Hij test de stoep met zijn schoen. Hij glijdt bijna weg maar blijft staan. Sem zegt dat het nu beter is. Noor is blij dat niemand valt. Daarna gaan ze weer naar binnen.

 


 

Noem twee plekken waar Noor zout strooit.

 

In de winter worden de nachten langer en is het vaker stil buiten. Veel dieren passen hun gedrag aan de kou aan. Een vos jaagt in de winter meer in de schemering. De schemering is de tijd dat het nog niet helemaal donker is, maar ook niet meer echt licht. Hij hoort beter waar kleine dieren onder de sneeuw lopen. Soms zakt hij met zijn poot in de sneeuw om een muis te pakken. Herten zoeken juist open plekken waar ze de zon kunnen voelen. Daar smelt de sneeuw soms een beetje, waardoor ze makkelijker eten vinden. Zo proberen veel dieren in de winter genoeg voedsel te krijgen om warm te blijven.

 


 

Wat betekent het woord schemering?

 

In de winter worden de dagen korter en is het vaker donker. Het kan dan hard vriezen en water verandert in ijs. Veel dieren moeten zich aanpassen aan de kou. Egels slapen bijna de hele winter om energie te sparen. Ze eten in de herfst extra veel, zodat ze genoeg vet hebben. Reeën blijven wakker in de winter, maar ze moeten verder lopen om eten te vinden. Ook zoeken ze plekken met minder sneeuw, zodat ze daar gras kunnen eten.

 


 

Waarom eten egels in de herfst extra veel?

 

Tim zit in zijn kamer huiswerk te maken wanneer hij buiten gelach hoort. Hij loopt naar het raam en ziet dat de tuin helemaal wit is. Op dat moment vliegt er een sneeuwbal tegen de ruit. Tim schrikt en ziet Daan staan met nog twee sneeuwballen in zijn handen. Daan roept dat Tim snel naar buiten moet komen, omdat de sneeuw vandaag perfect is voor een groot sneeuwballengevecht. Tim trekt zijn jas aan en voelt al spanning in zijn buik, want hij houdt van sneeuwballen gooien.

 


 

Waarom schrikt Tim?

 

Begrijpend lezen groep 5 thema winter

Oefenen met begrijpend lezen voor groep 5 thema winter

Hier kunnen kinderen uit groep 5 gratis oefenen met begrijpend lezen groep 5 thema winter. In de teksten komen allerlei winterse onderwerpen aan bod: koude dagen, mutsen en sjaals, sneeuw, ijs en winterdieren. Dat maakt de teksten herkenbaar en leuk om te lezen. De teksten zijn speciaal geschreven voor groep 5. Ze zijn niet te lang en de woorden passen bij wat kinderen in groep 5 oefenen. Je krijgt steeds een andere tekstsoort, bijvoorbeeld informatieve teksten en verhalen. Bij elke tekst hoort één vraag. Die vraag kan gaan over het onderwerp van de tekst, een belangrijk stukje, de betekenis van een moeilijk woord of een eenvoudig verband (bijvoorbeeld: wat gebeurt er eerst en wat daarna?). Het belangrijkste blijft: veel lezen, het liefst ook samen. Als je na het lezen even praat over de tekst, snapt een kind beter waar het over gaat. Deze website is dus een extra hulpmiddel voor thuis of in de klas. Het is handig om te oefenen of te herhalen, maar het is geen vervanging voor het lezen van boeken en verhalen. Liever op papier oefenen? Klik hier voor gratis werkbladen voor groep 7. Altijd op de hoogte blijven van ontwikkelingen en nieuw lesmateriaal? Volg dan onze Facebookpagina.

Rekenspelletjes groep

Sommen en kleuren

Allerlei sommen

Rekenspelletjes penalty schieten

Penalty schieten

Keersommen

Rekenspelletjes groep

Reken eend

Sommen tot 20

Nummer springen rekenspelletje

Nummer springen

Handig rekenen

Snake spel rekenspelletje

Snake spel

Keersommen

Super reken aap rekenspelletje

Super reken aap

Keersommen

Keervisje rekenspelletje

Keervisje

Keersommen

Tafel karten rekenspelletje

Tafel karten

Keersommen

Water en vuur spel

Water en vuur spel

Keersommen

Sommen schieten rekenspelletje

Sommen schieten

Allerlei sommen

Rekenspelletjes snake vs block

Snake vs block

Getallenlijn tot 100

Rekenspelletjes pincode hacken

Pincode hacken

Rekenraadsel

Rekenspelletjes groep

Tafels bowlen

Keersommen

Rekenspelletjes math vs bat

Math vs bat

Allerlei sommen

Blocky tafels rekenspelletje

Blocky tafels

Keersommen

Rekenspelletjes 2048 spelletje

2048

Verdubbelen

Rekenspelletjes basketbal rekenen

Basketbal rekenen

Allerlei sommen

Rekenavontuur rekenspelletje

Rekenavontuur

Allerlei sommen

Rekenspelletjes formule 1

Reken race

Keersommen

Rekenspelletjes ruimterace

Ruimterace

Keersommen

Rekenspelletjes race spelletje

Race spelletje

Deelsommen

Rekenspelletjes even of oneven

Even of oneven

Getallenlijn tot 100

Rekenspelletjes eilandentocht

Eilandentocht

Sommen tot 20

Rekenspelletjes rekenhelden

Rekenhelden

Sommen tot 20

Rekenspelletjes waterscooterrace

Waterscooterrace

Sommen tot 20

Rekenspelletjes pinguïnsprong

Pinguïnsprong

Keersommen

Rekenspelletjes zwemwedstrijd

Zwemwedstrijd

Keersommen

Rekenspelletjes trekkertrek

Trekkertrek

Keersommen

Rekenspelletjes kattenwedstrijd

Kattenwedstrijd

Sommen tot 20

Rekenspelletjes eendenrace

Eendenrace

Sommen tot 20

Rekenspelletjes paardenkracht

Paardenkracht

Deelsommen

Rekenspelletjes wind in de zeilen

Wind in de zeilen

Sommen tot 20

Rekenspelletjes boten in actie

Boten in actie

Sommen tot 20

Vraag- en tekstsoorten begrijpend lezen groep 5

Bij begrijpend lezen in groep 5 is het fijn om met verschillende soorten teksten te oefenen. Zo leren kinderen dat je bij elke tekst op iets anders moet letten. In informatieve teksten (bijvoorbeeld over winterkleding, dieren in de kou of wat er gebeurt als het vriest) zoeken leerlingen naar duidelijke informatie. Ze oefenen met vragen als: Waar gaat de tekst over? en Welke zin vertelt het belangrijkste? Ook leren ze eenvoudige verbanden herkennen, zoals want, daarom en maar. Bij verhalende teksten lezen kinderen over wat er gebeurt met de personages. Ze letten op wie er meedoet, waar het verhaal speelt en wat er eerst en daarna gebeurt. Soms moeten ze nadenken over hoe iemand zich voelt of waarom iemand iets doet, ook als het niet letterlijk zo staat. Ook de vragen zijn verschillend. Sommige vragen zijn zoekvragen: het antwoord staat letterlijk in de tekst. Andere vragen zijn denkvragen: je gebruikt informatie uit de tekst om het antwoord te bedenken. Er zijn ook vragen over woorden (wat betekent dit woord in deze zin?) en over verwijswoorden zoals hij, zij, dit, die.

Begrijpend lezen groep thema winter

Kies jouw groep en start met het oefenen van begrijpend lezen