Begrijpend lezen groep 6 – thema lente

Lente groep 6

Lees eerst het verhaal rustig door. Daarna beantwoord je een vraag over het verhaal. Weet je het antwoord niet zeker?
Lees het verhaal dan nog een keer. Succes!

✓ 0 ✗ 0
De slak en zijn huisje Na een regenbui in de lente komen er overal slakken tevoorschijn. Ze kruipen over stoepen, door tuinen en over planten. Slakken houden van vocht. Hun lichaam bestaat voor een groot deel uit water en ze drogen snel uit in de zon. Een slak draagt zijn huisje altijd mee op zijn rug. Dat huisje is zijn schild. Als er gevaar dreigt, trekt de slak zich helemaal terug in zijn huisje. Het huisje groeit mee met de slak. Hoe ouder de slak, hoe groter het huisje. Slakken eten vooral planten. Ze raspen met hun tong over bladeren. Die tong zit vol met duizenden kleine tandjes. Tuiniers vinden slakken vaak vervelend, omdat ze planten opeten. Maar slakken zijn ook nuttig. Ze ruimen dode bladeren op en zijn voedsel voor vogels en egels. Slakken zijn dus een belangrijk onderdeel van het ecosysteem. Een ecosysteem is het geheel van planten, dieren en hun leefomgeving die allemaal met elkaar verbonden zijn.
Wat betekent het woord ecosysteem in deze tekst?
De overstroomde kelder Na drie dagen achter elkaar regen stond de kelder van de familie Pietersen blank. Het water kwam tot aan de onderste traptrede. Papa keek bezorgd. In de kelder stonden dozen met oude foto's en boeken. De oorzaak was een verstopte regenpijp. Normaal liep het regenwater via de pijp naar het riool. Maar de pijp zat vol met bladeren en takjes die er in de herfst in waren gewaaid. Het water kon niet weg en liep de kelder in. Papa belde een loodgieter. Die kwam dezelfde middag en maakte de pijp schoon. Daarna pompten ze het water uit de kelder met een pomp. De dozen waren nat, maar de meeste foto's konden nog gered worden. Mama legde ze te drogen op kranten in de woonkamer. Papa besloot voortaan in de herfst de regenpijpen schoon te maken. Zo zou dit niet meer gebeuren. De kinderen hielpen mee met dweilen. Het duurde een hele dag, maar uiteindelijk was de kelder weer droog.
Waarom liep de kelder vol met water?
De nachtzwaluw De nachtzwaluw is een bijzondere vogel die in de lente naar Nederland komt. Hij broedt op de heide en in open bossen. Overdag zit de nachtzwaluw doodstil op de grond of op een tak. Zijn bruingrijze veren lijken precies op boomschors. Daardoor is hij bijna onzichtbaar. Pas als het donker wordt, wordt de nachtzwaluw actief. Hij vliegt geluidloos door de lucht en vangt motten en andere nachtinsecten. Zijn bek is klein, maar kan heel wijd open. Zo schept hij insecten uit de lucht. Het mannetje maakt een snorrend geluid om een vrouwtje te lokken. Dat geluid lijkt op een bromfiets in de verte. Mensen die op de heide wandelen in de schemering, horen hem soms. Het vrouwtje legt twee eieren op de kale grond, zonder nest. De eieren zijn gespikkeld en vallen nauwelijks op. Als er iemand te dichtbij komt, doet de moeder alsof ze gewond is. Ze fladdert weg van het nest om de aandacht af te leiden.
Waarom doet de moedernachtzwaluw alsof ze gewond is?
De plantjesmarkt Elke lente was er een plantjesmarkt in het dorp. Mensen verkochten zelfgekweekte plantjes voor een klein prijsje. Er stonden tafels vol met tomatenplantjes, kruidenplantjes en bloemen. De geur van lavendel en rozemarijn hing in de lucht. Oma ging er elk jaar naartoe. Ze kocht altijd basilicum, peterselie en munt voor haar keukentuin. Dit jaar nam ze haar kleindochter Noor mee. Noor mocht zelf een plantje uitzoeken. Ze koos een aardbeienplantje met kleine witte bloempjes. De verkoper vertelde dat die over een paar weken rode aardbeien zouden worden. Noor kon niet wachten. Thuis plantte ze het plantje in een pot op het balkon. Ze gaf het elke dag water en draaide de pot zodat alle kanten zon kregen. Na drie weken zag ze de eerste kleine groene aardbeien. Ze waren nog hard en zuur, maar oma zei dat ze geduld moest hebben. Als ze rood werden, waren ze klaar om te eten.
Lees het dikgedrukte woord. Wie of wat wordt bedoeld met die?
Hooikoorts in de lente In de lente krijgen veel mensen last van hooikoorts. Hooikoorts is een allergie voor stuifmeel. Stuifmeel is het fijne poeder dat bloemen, grassen en bomen verspreiden om zich voort te planten. Als iemand allergisch is, reageert zijn lichaam op dat stuifmeel. De neus gaat lopen, de ogen worden rood en soms hoest of niest de persoon veel. Mensen met hooikoorts hebben meer last op droge, winderige dagen. Dan verspreidt het stuifmeel zich makkelijker door de lucht. Op regenachtige dagen is er minder stuifmeel in de lucht, want de regen wast het weg. Artsen kunnen hooikoorts niet genezen, maar er zijn medicijnen die de klachten verminderen. Sommige mensen laten zich behandelen met kleine hoeveelheden stuifmeel, zodat het lichaam eraan went. Dat heet desensibilisatie. Na zo'n behandeling hebben ze minder last van de allergie.
Waarom hebben mensen met hooikoorts meer last op droge, winderige dagen?
In de vijver van het stadspark was het een drukte van belang. Overal klonk gekwaak. De kikkers waren wakker geworden uit hun winterslaap en hadden maar een ding in hun hoofd: een partner vinden. De mannetjes zaten op de oever en kwaakten zo hard als ze konden. Hoe harder een mannetje kwaakte, hoe meer kans hij had. Het geluid klonk als een klein orkest. Sommige kikkers sprongen van de ene waterlelie naar de andere. Anderen zwommen rondjes door de vijver. Kinderen die langskwamen, bleven staan kijken. Een meisje probeerde een kikker te vangen, maar hij was te snel. Haar broertje vond kikkerdril aan de rand van de vijver. Dat zijn de eitjes van kikkers, omgeven door een doorzichtige gelei. Over een paar weken zouden er kleine visachtige diertjes uitkomen: kikkervisjes. Die kikkervisjes zouden langzaam pootjes krijgen en hun staart verliezen. Zo worden het echte kikkers. Het park was in de lente een geweldige plek om de natuur te bekijken.
Welke titel past het best bij deze tekst?
De lentefietstocht Opa en Mila gingen samen fietsen. Het was hun eerste lentefietstocht van het jaar. Opa had een kaart bij zich en een verrekijker. Mila had een rugzakje met drinken en koekjes. Ze fietsten langs de rivier richting het bos. Onderweg zagen ze van alles. Een reiger stond doodstil in de sloot te wachten op een vis. In de wei lagen pasgeboren lammetjes naast hun moeder. Mila telde er wel twintig. Bij het bos stopten ze en opa pakte de verrekijker. Hij wees naar een boom waar een specht op het hout tikte. Het geluid klonk als een kleine hamer. Ze liepen een stukje het bos in en vonden wilde hyacinten. De grond was bedekt met een paars tapijt van bloemen. Mila maakte een foto voor haar moeder. Op de terugweg stopten ze bij een pannenkoekenhuis. Mila nam een pannenkoek met stroop en opa nam er een met spek. Ze waren moe maar gelukkig. Opa beloofde dat ze elke zondag zouden gaan fietsen zolang het mooi weer was.
Wat kun je door de tekst zeggen over opa?
De picknick bij de molen Het was de eerste echt warme dag van de lente. De familie van Dijk besloot te gaan picknicken bij de molen aan het kanaal. Mama maakte broodjes, papa pakte de thermoskan met thee en de kinderen namen een bal en een frisbee mee. Bij de molen spreidde ze een groot kleed uit op het gras. De zon scheen en een zacht briesje blies over het water. De molenwieken draaiden langzaam. Terwijl ze aten, zwom er een zwaan voorbij met vijf jongen. De kleintjes waren grijs en donzig. Eva gooide een stukje brood in het water. Papa zei dat ze dat beter niet kon doen, want brood is niet gezond voor zwanen. Eva stopte meteen. Na het eten speelden de kinderen met de frisbee. Papa leunde achterover en deed zijn ogen dicht. Mama las een boek. Het was zo rustig dat ze de bijen konden horen zoemen. Om vier uur pakten ze alles in. 'Kunnen we dit elke zondag doen?' vroeg Eva. Papa en mama keken elkaar aan en knikten.
Wat kun je zeggen over hoe de familie zich voelde tijdens de picknick?
De nestkast van de uil In het bos hing een nestkast voor uilen. De boswachter had hem vorig jaar opgehangen in een oude eik. Steenuilen broeden graag in holle bomen, maar die zijn er steeds minder. Daarom helpen nestkasten. In maart kwam de boswachter kijken of de kast bewoond was. Hij klom voorzichtig op een ladder en gluurde naar binnen. Tot zijn verrassing zat er een steenuil op drie eieren. De uil keek hem aan met grote, gele ogen maar vloog niet weg. De boswachter klom snel weer naar beneden om haar niet te storen. Hij kwam een maand later terug. Nu hoorde hij gepiep uit de kast. De eitjes waren uitgekomen. Drie donzige uilskuikens zaten tegen elkaar aan. De boswachter maakte een aantekening in zijn schrift. Hij hield bij hoeveel uilen er in het bos leefden. Door de nestkasten was het aantal steenuilen in het bos verdubbeld. De boswachter was van plan om volgend jaar nog meer kasten op te hangen.
Lees het dikgedrukte woord. Wie of wat wordt bedoeld met hem?
De rommelmarkt Op Koningsdag was er een rommelmarkt in de straat. Iedereen legde een kleed op de stoep en verkocht oude spullen. Mila had een doos vol speelgoed dat ze niet meer gebruikte. Er zaten knuffels, puzzels en spelletjes in. Het was druk op straat. Overal liepen mensen in oranje kleren. De zon scheen en het voelde als een echt lentefeest. Mila's eerste klant was een klein meisje dat een knuffelaap wilde kopen. 'Hoeveel kost die?' vroeg ze verlegen. 'Vijftig cent,' zei Mila. Het meisje kneep de aap stevig vast en gaf Mila het geld. Om twaalf uur had Mila al bijna alles verkocht. Ze had acht euro verdiend. Haar moeder zei dat ze trots op haar was. Met het geld kocht Mila een tweedehands boek bij de buren en een ijsje. De rest spaarde ze. Aan het einde van de dag hielp Mila haar moeder met opruimen. De straat was weer leeg, maar iedereen had een leuke dag gehad.
Wat kun je zeggen over Mila?
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Advertentie

Oefenen met begrijpend lezen voor groep 6 thema lente

Op deze pagina kunnen kinderen oefenen met begrijpend lezen rond het thema lente. Begrijpend lezen betekent dat een kind niet alleen de woorden leest, maar ook begrijpt wat er staat, wat de schrijver bedoelt en welke informatie belangrijk is. In groep 6 wordt dit steeds belangrijker: kinderen krijgen langere teksten te lezen en moeten verbanden leggen tussen verschillende stukken informatie. Ze leren het verschil tussen een feit en een mening, zoeken naar de hoofdgedachte van een tekst en oefenen met het trekken van conclusies. Door te oefenen binnen één thema raken kinderen vertrouwd met de woordenschat die bij dat onderwerp hoort. Dat maakt het makkelijker om nieuwe teksten te begrijpen, omdat ze steeds meer woorden en achtergrondkennis opdoen. Het thema lente is daar bijzonder geschikt voor: kinderen herkennen veel uit hun eigen omgeving, zoals bloemen die bloeien, dieren die jongen krijgen en de dagen die langer worden. Die herkenning helpt om de teksten beter te begrijpen en maakt het oefenen leuker. Liever op papier oefenen? Klik hier voor gratis werkbladen voor groep 6. Altijd op de hoogte blijven van ontwikkelingen en nieuw lesmateriaal? Volg dan onze Facebookpagina.

Begrijpend lezen groep 6 thema lente

Kies jouw groep en start met het oefenen van begrijpend lezen