Begrijpend lezen groep 7 – thema lente

Lente groep 7

Lees eerst het verhaal rustig door. Daarna beantwoord je een vraag over het verhaal. Weet je het antwoord niet zeker?
Lees het verhaal dan nog een keer. Succes!

✓ 0 ✗ 0
De ijsheiligen en de tomatenplanten Op een zaterdag begin mei stond Roosje met haar oma in de moestuin. De jonge tomatenplantjes stonden in de grond. De knoppen begonnen net te komen. 'Ze staan er mooi bij,' zei Roosje. Maar oma keek bezorgd naar de lucht. 'We zijn nog niet door de IJsheiligen heen,' zei ze. Oma vertelde dat de IJsheiligen drie dagen midden in mei zijn, vernoemd naar heiligen die op die data jarig waren. Vroegere boeren hadden gemerkt dat het in deze periode soms 's nachts onverwacht kon vriezen, ook al was het overdag mooi weer. Ze noemden die koude nachten daarom naar de heiligen, als een soort waarschuwing voor de volgende generaties. Die nacht haalde oma alle bloempotten met jonge plantjes naar binnen. De tomatenplanten in de grond bedekte ze met een dunne, witte doek. De volgende ochtend was er inderdaad rijp op het gras. Maar onder de doek waren de tomaten gespaard gebleven. 'Een doekje en een oude waarschuwing,' zei oma. 'Soms is dat genoeg.'
Wat is volgens oma de echte reden dat boeren vroeger juist die dagen naar heiligen hebben genoemd?
De vrijmarkt op koningsdag Stijn had weken vooruit gespaard voor zijn plekje op de vrijmarkt. Hij had thuis een grote berg speelgoed verzameld dat hij niet meer gebruikte: oude lego, een ontbrekend stuk van een puzzel, drie autootjes en een knuffel zonder oor. Op koningsdag stond hij al om zeven uur 's ochtends op zijn kleedje op het plein. Naast hem zaten andere kinderen met soortgelijke spullen. De eerste kopers waren volwassenen die snel langs alle kleedjes liepen. Ze knikten beleefd, maar kochten weinig. Pas vanaf half elf werd het echt druk. Een meisje van een jaar of zes kwam met haar moeder voor het kleedje staan. Het meisje pakte de knuffel zonder oor op en wilde hem niet meer loslaten. Stijn vroeg er één euro voor. Maar de moeder stond erop om er twee euro voor te betalen. Aan het eind van de dag had Stijn elf euro verdiend. Zijn vader vroeg of hij het niet jammer vond dat zijn knuffel weg was. Stijn dacht na. 'Een beetje wel,' zei hij. 'Maar ik vind het mooi dat hij nu weer iemand heeft die om hem geeft.'
Wat kun je afleiden over de moeder van het kleine meisje?
Spelen in de lenteregenbui Na school liepen Roos en haar vriendin Julia naar het park. De zon scheen, maar er dreven ook donkere wolken aan de hemel. Plotseling begon het te regenen, eerst zachtjes en daarna steeds harder. 'We moeten schuilen!' riep Julia. Maar Roos trok haar mee het gras op. 'Het is gewoon water,' zei ze lachend. Ze dansten in de regen en plonsden in de plassen. Na vijf minuten was de bui alweer voorbij. De zon scheen opnieuw en de lucht rook fris. Roos keek omhoog en zag een regenboog boven de flatgebouwen. 'Hoe ontstaat een regenboog eigenlijk?' vroeg Julia. Roos wist dat het zonlicht door de regendruppels werd gebroken. Als licht door een druppel gaat, splitst het in alle kleuren waaruit het bestaat. Dat zijn altijd dezelfde kleuren in dezelfde volgorde: rood, oranje, geel, groen, blauw en paars. Ze gingen naast elkaar in het natte gras zitten en keken tot de regenboog langzaam vervaagde. 'Een lentebui is eigenlijk best mooi,' zei Julia.
Welke beschrijving past het best bij Roos in dit verhaal?
Bloemschikken in de klas Twee weken voor Moederdag stond er een bus met bloemen in de klas van Quinten. Een mevrouw die bij een bloemenwinkel werkte, kwam de kinderen bloemschikken leren. Ze had voor iedereen een klein blokje meegenomen, een soort zachte spons waar de stelen in geprikt konden worden. 'De truc van bloemschikken,' legde ze uit, 'is niet dat je alle mooiste bloemen bij elkaar zet. Het gaat juist om verschil. Een grote bloem in het midden, kleinere bloemen eromheen, en wat takjes of grassen om de boel te vullen.' Ze deed het voor met drie tulpen, wat madeliefjes en een takje varen. Het resultaat zag er verrassend goed uit. Quinten merkte dat zijn eigen werkstuk er pas leuk uit ging zien toen hij ook een paar madeliefjes erbij deed. 'Eerst dacht ik dat madeliefjes te klein waren,' zei hij tegen de mevrouw. 'Juist die kleintjes helpen,' lachte ze. 'Als alles even groot is, valt er niks meer op.'
Welk idee over bloemschikken probeert de mevrouw vooral over te brengen?
De vlindertuin in het park Op een warme dag in mei bezocht groep 7 de vlindertuin in het stadspark. Het was een grote kas vol bloeiende planten waar vlinders vrij rondfladderden. Zodra ze naar binnen stapten, landde er een oranje vlinder op de arm van Sofie. Ze durfde nauwelijks te ademen. De begeleider vertelde dat vlinders niet steken of bijten en dat je ze gewoon kunt laten landen. Sommige soorten kenden de kinderen al, zoals het citroentje en het dagpauwoog. De begeleider legde uit hoe een vlinder zijn leven begint. Eerst is er een ei, dan een rups die veel eet en groeit, dan een pop en ten slotte een vlinder. Dit proces heet metamorfose. In de pop verandert de rups volledig van vorm, wat weken kan duren. Sofie vroeg hoe de vlinder uit de pop komt. 'Die bijt zich eruit,' zei de begeleider. Ze liet een filmpje zien op haar tablet. De kinderen keken zwijgend. 'Ik snap nu waarom vlinders zo bijzonder zijn,' zei Sofie zacht.
Wat kun je zeggen over hoe Sofie de vlindertuin ervaart?
Pesach: het Joodse lentefeest Joodse families vieren elk voorjaar een feest dat Pesach heet. Het valt rond dezelfde tijd als Pasen en duurt acht dagen. Pesach is een herdenkingsfeest. Het herdenkt dat het volk van Israël lang geleden vluchtte uit Egypte, waar zij eerst als slaven werden gehouden. De vlucht moest zo snel gaan dat er geen tijd was om brood te bakken op de gewone manier, het deeg kon niet rijzen. Daarom mogen Joden tijdens Pesach geen gewoon brood eten. In plaats daarvan eten ze platte plakken zonder gist, die matzes worden genoemd. Acht dagen lang verdwijnt al het normale brood uit huis. Veel families maken zelfs hun keuken extra schoon voor de feestperiode begint, zodat er geen kruimeltjes van gewoon brood meer overblijven. De eerste avond van Pesach heet de seder. Dan eten families samen aan tafel en vertellen ze het verhaal van de vlucht uit Egypte. Op tafel staan speciale dingen, zoals bittere kruiden om aan de hardheid van het slavenleven te denken, en zoete jam om de hoop op vrijheid voor te stellen. Kinderen mogen vragen stellen en de oudsten geven antwoord. Zo wordt het verhaal van het volk al duizenden jaren doorgegeven.
Waarom eten Joodse families tijdens Pesach geen gewoon brood, maar matzes?
Wadlopen tussen vasteland en eiland Tussen het Nederlandse vasteland en de Waddeneilanden ligt de Waddenzee. Het is een ondiepe zee die twee keer per dag deels droogvalt: bij eb komt de bodem boven het water uit. Dat geeft mensen de kans om over die bodem te lopen. Bijvoorbeeld van het vasteland naar het eiland Schiermonnikoog. Dat heet wadlopen. Het kan alleen onder hele bepaalde omstandigheden. De wadloper moet bij precies het juiste moment vertrekken, namelijk zodra het water voldoende is teruggetrokken. Twee tot drie uur later komt het water weer opzetten. Als je dan nog op het wad loopt, heb je geen droge voeten meer en sta je al gauw in de zee. Daarom werken wadlopers altijd in groepen, met een gids die de getijden goed kent. Wadlopen kan eigenlijk het hele jaar, maar in de lente is het bijzonder geschikt. Rond volle en nieuwe maan ontstaat namelijk springtij: het water trekt zich dan extra ver terug en je hebt meer tijd om over te steken. De combinatie van springtij en aangenaam weer zorgt dat veel tochten in april en mei worden gepland.
Welke twee voorwaarden zorgen ervoor dat veel wadlooptochten juist in de lente plaatsvinden?
Waarom er 's ochtends dauw op het gras ligt Als je in de vroege ochtend in mei door het gras loopt, worden je schoenen vaak nat. Toch heeft het 's nachts niet geregend. Het gras is bedekt met kleine waterdruppeltjes, die we dauw noemen. Maar waar komen die druppeltjes vandaan? Overdag verdampt er voortdurend water uit de aarde, planten en plassen. Dat water gaat in onzichtbare vorm de lucht in, als waterdamp. Warme lucht kan veel waterdamp vasthouden. 's Nachts koelt de aarde sterk af. De lucht vlak boven het gras koelt mee. Maar koude lucht kan minder waterdamp vasthouden dan warme lucht. Wat er teveel is, slaat neer als heel kleine druppeltjes. Precies op het gras, de bladeren en het hek. Daarom ligt er na een heldere, koude lentenacht meer dauw dan na een bewolkte nacht. Bij wolken blijft de warmte van de aarde langer hangen en koelt de lucht minder af. Zodra in de ochtend de zon opkomt, warmt de lucht weer op en kan zij de waterdamp opnieuw vasthouden. De druppeltjes verdampen en de dauw verdwijnt.
Wat is volgens de tekst de reden dat er na een heldere lentenacht meer dauw ligt dan na een bewolkte nacht?
De moestuin in de lente In de lente beginnen veel mensen met het aanleggen van een moestuin. Een moestuin is een tuin waarin je groenten en kruiden zelf kweekt. In maart en april is het de juiste tijd om zaadjes te planten. Sommige zaden begin je eerst binnen op te kweken, omdat het buiten nog te koud kan zijn. Als de planten groter worden, gaan ze naar buiten. Dit heet uitplanten. Populaire groenten voor de moestuin zijn sla, wortels, radijsjes en tomaten. De grond moet losgemaakt worden met een schep of hark voordat je zaait. Dat heet spitten. Als de grond te hard is, kunnen de wortels van de plant niet goed groeien. Water geven is ook belangrijk, vooral als het droog is. Kinderen leren in de moestuin hoe groenten groeien en waar ons eten vandaan komt.
Waarom begin je sommige zaadjes eerst binnen op te kweken?
Jonge eendjes op het water In de lente zie je op sloten en vijvers vaak jonge eendjes zwemmen. Een moedereend legt haar eieren in een nest dicht bij het water. Het nest is gemaakt van gras, bladeren en zachte veren. Na ongeveer vier weken komen de eieren uit. De kleine eendjes zijn meteen al in staat om te zwemmen. Ze volgen hun moeder overal naartoe. De moedereend past goed op haar kuikens. Als er gevaar dreigt, roept ze luid en brengt ze de kuikens bij elkaar. Vossen, katten en roofvogels zijn gevaarlijk voor de jonge eendjes. Niet alle kuikens overleven de eerste weken. Dat is een hard feit van de natuur. Toch legt een eend elk jaar opnieuw eieren, zodat er genoeg nakomelingen zijn. Nakomelingen zijn de jonge dieren die geboren worden.
Lees het dikgedrukte woord. Wat betekent nakomelingen in deze tekst?
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Advertentie

Oefenen met begrijpend lezen voor groep 7 thema lente

Op deze pagina staan oefeningen voor kinderen om begrijpend lezen te trainen rondom het thema lente. Bij begrijpend lezen gaat het er niet alleen om dat een kind de woorden kan lezen, maar vooral dat het de inhoud doorgrondt: waar gaat de tekst over, wat wil de schrijver zeggen en welke informatie is hoofdzaak? In groep 7 wordt dit nog uitdagender: kinderen krijgen vaker zakelijke en informatieve teksten te lezen en leren hoofdzaken van bijzaken te onderscheiden. Ze oefenen met signaalwoorden, herkennen de opbouw van een tekst en trekken conclusies op basis van wat er niet letterlijk staat. Ook beoordelen ze steeds bewuster wat het doel van de schrijver is en of een tekst betrouwbaar lijkt. Door rond één thema te oefenen bouwen kinderen de specifieke woordenschat van dat onderwerp op. Hoe meer woorden en voorkennis ze opdoen, hoe makkelijker nieuwe teksten over hetzelfde thema te begrijpen zijn. Lente leent zich daar uitstekend voor: veel onderwerpen (bloeiende bloemen, dieren die jongen krijgen, langer wordende dagen) zien kinderen ook in hun eigen omgeving terug. Die herkenbaarheid maakt de teksten toegankelijker en het oefenen leuker. Liever op papier oefenen? Klik hier voor gratis werkbladen voor groep 7. Altijd op de hoogte blijven van ontwikkelingen en nieuw lesmateriaal? Volg dan onze Facebookpagina.

Begrijpend lezen groep 7 thema lente

Kies jouw groep en start met het oefenen van begrijpend lezen